In mijn vorige blog heb ik gesproken over één van de kenmerken van licht, namelijk de kleur en met name de kleurtemperatuur. We hebben gezien dat in tegenstelling tot onze hersenen, de camera exact de kleurtemperatuur registreert zoals deze op dat moment is.
Door middel van het instellen van de witbalans op onze camera kunnen we een correctie toepassen zodat de kleuren weer neutraal worden en wit als wit wordt gezien. Ook hebben we gezien dat wanneer we verschillende lichtsoorten met elkaar mengen, bijvoorbeeld het licht van onze reportageflitser met het warme omgevingslicht van kunstlicht (gloeilampen) we een en ander met elkaar in balans moeten brengen voor een goed eindresultaat.
Dit in balans brengen van twee lichtbronnen doen we met kleurcorrectiefilters (gels) op onze flitser. Zo kunnen we in een omgeving met warm kunstlicht (tungsten) onze flitser(s) voorzien van een kleurenfilter genaamd Full CTO. Dit filter zorgt ervoor dat de kleurtemperatuur van onze flitser verandert naar de kleurtemperatuur van kunstlicht (gloeilamp).
Maar waar kopen we nu deze filters?
Tijdens mijn workshop "Flitsen of Strobisten" krijg ik steeds weer de vraag waar je deze kleurengels voor de reportageflitser kunt kopen. Tot op heden verwees ik mijn cursisten naar de producten van Honl. Het merk Honl heeft een aantal sets van correctie- en effectfilters.
Ik zeg tot op heden aangezien ik sinds kort een leverancier heb gevonden van kleurenfilters die, compleet en betaalbaar zijn en bovendien van een zeer goede kwaliteit.
Ik heb het dan over het bedrijf Halcyon. Ze zijn gevestigd in Friesland en hun website is www.halcyon.nl .
Naast losse filters verkopen ze een aantal goed samengestelde sets. Voor wat betreft de sets kun je kiezen uit een set correctie filters, effect filter en zogenaamde cosmetische filters. Deze laatste zijn speciaal bedoeld voor portretfotografie. Het doel van deze cosmetische filters is het corrigeren van huidtinten.
Naast de filters en filtersets, verkopen ze ook opbergmapjes en klittenbandmateriaal voor bevestiging.
Kortom een compleet assortiment voor de strobistfotograaf op het gebied van kleurenfilters. Neem eens een kijkje op hun website voor meer informatie.
Dat was de tip voor deze keer.
See you next time.
Welkom op mijn weblog over fotografie. Op dit blog wil ik mijn ervaringen en opgedane kennis als beroepsfotograaf delen met anderen. Met regelmaat zal ik hier artikelen plaatsen over verschillende onderwerpen binnen de digitale fotografie. Veel leesplezier en kom regelmatig nog eens terug of nog beter, wordt een vaste volger van mijn blog.
maandag 22 augustus 2011
vrijdag 12 augustus 2011
Bestaand licht en onze flitser - De kleurtemperatuur.
Licht, voor ons fotografen is dit het belangrijkste onderwerp in onze opname. Of we nu een landschap fotograferen, een model of een aansteker op onze salontafel, zonder licht hebben we opname..
Maar wat is nu licht eigenlijk?
Licht is elektromagnetische straling in het frequentiebereik dat waarneembaar is met het menselijk oog, in het algemeen met inbegrip van infrarood licht (met een iets lagere frequentie) en ultraviolet licht, met een iets hogere frequentie. In vacuüm plant licht zich voort met de lichtsnelheid, maar daarin onderscheidt het zich niet van andere elektromagnetische straling met andere frequenties. De kleinste onderdelen waaruit licht is opgebouwd (lichtkwanta)worden fotonen genoemd. (bron: Wikipedia)
Er zijn drie variabelen die licht beschrijven 1) De lichtsterkte (amplitude) 2) De kleur (frequentie of golflengte) en 3) De polarisatie of trillingsrichting (deze staat altijd loodrecht op de voortplantingsrichting).
In dit stukje wil ik het voornamelijk hebben over de kleur.
Licht zoals wij het in het dagelijks leven om ons heen tegenkomen heeft zelden of nooit dezelfde kleur. De kleur van het licht veroorzaakt door de frequentie noemen we de kleurtemperatuur en wordt uitgedrukt in graden Kelvin (ºK). Hoe hoger de kleurtemperatuur oftewel de Kelvin waarde, hoe blauwer het licht. Hoe lager de kleurtemperatuur dus een lagere Kelvin waarde hoe meer oranje getint het licht wordt.
De kleurtemperatuur van het licht wordt bepaald door de lichtbron. Zo heeft kunstlicht bijvoorbeeld in de vorm van een gloeilamp (zolang we die nog tegenkomen) een veel lagere kleurtemperatuur dan bijvoorbeeld daglicht (waarbij de kleurtemperatuur wordt bepaald door de stand van de zon).
Het vreemde en verwarrende hierbij is dat wij een lagere kleurtemperatuur ervaren als warmer licht (misschien niet zo vreemd want een kleiner f-getal heeft ook een grotere diafragma opening dus als fotograaf zijn we wel iets gewend).
Wij zien wit licht.
De kleur van het licht dat door een vel helder wit papier weerkaatst wordt, is in feite afhankelijk van het omgevingslicht. Bij verlichting door kunstlicht is de kleur anders dan bij verlichting door daglicht. Het oog corrigeert deze schijnkleur, doordat de betreffende kleurgevoelige cellen (de kegeltjes) na korte tijd sterker uitgeput raken en minder sterke signalen naar de hersenen leiden. (bron: Wikipedia)
Welke kleurtemperatuur hoort nu bij welke lichtbron?
Ook onze camera heeft de mogelijkheid om alles in wit licht te zien ongeacht de kleurtemperatuur van de lichtbron. Dit noemen we de witbalans. Digitale camera's hebben een aantal presets waaruit we kunnen kiezen zoals: daglicht, flitslicht, bewolkt, tl-licht et cetera. Een speciale preset is de Automatische witbalans. Deze stand analyseert het licht en berekent de juiste correctie (wat overigens alleen maar goed werkt bij een gemiddelde situatie).
Maar wat nu als we lichtbronnen gaan mixen met een verschillende kleurtemperatuur?
Stel we gaan fotograferen in de zaal waar een receptie wordt gehouden met voornamelijk kunstlicht met een lage kleurtemperatuur van ongeveer 3000 graden Kelvin en we plaatsen onze reportageflitser op de camera.
We gebruiken dan een extra lichtbron met een globale kleurtemperatuur van ongeveer 5500 Kelvin. Als we bij kunstlicht dan een foto maken met een flitser dan zal de camera de witbalans corrigeren naar de kleurtemperatuur van het licht van de flitser. Het aanwezige kunstlicht wordt hierdoor geel-oranje weergegeven omdat kunstlicht een veel lagere kleurtemperatuur (ong. 3000 Kelvin) heeft dan flitslicht.
Je krijgt hierdoor grote kleurverschillen in je foto’s waardoor deze onrealistisch lijken of dat het overduidelijk is dat deze foto’s met een flitser zijn gemaakt.
Om het verschil in kleurtemperatuur in foto’s te minimaliseren, als een flitser wordt gebruikt, kun je met een kleurfilter werken. Met deze correctiefilters kunnen we de kleur van het flitslicht aanpassen naar dezelfde kleurtemperatuur van het aanwezige omgevingslicht. Deze correctiefilters (gels) bestaan uit blauwe (CTB), oranje (CTO), en groene (+Green) filters. De blauwe filters zijn geschikt voor daglicht situaties, de oranje filters passen het flitslicht aan naar kunstlicht en de groene filters geven het flitslicht eenzelfde kleur als TL-licht.
In onderstaande tabel kun je zien welke filter je in welke situatie kunt gebruiken. Hierbij is uitgegaan van Lee filters.
Uiteraard kun je deze correctiefilters ook creatief gebruiken om te gaan schuiven met de kleurtemperatuur, daarover meer in mijn volgende blog.
OK, dat was het voor deze keer. Ik hoop dat je het weer interessant hebt gevonden. Laat gerust eens een berichtje achter of wordt een vaste volger van mijn blog.
Je kunt mij ook volgen op twitter
Follow @PSPhotoDigi
Tot de volgende keer,
Peter.
Maar wat is nu licht eigenlijk?
Licht is elektromagnetische straling in het frequentiebereik dat waarneembaar is met het menselijk oog, in het algemeen met inbegrip van infrarood licht (met een iets lagere frequentie) en ultraviolet licht, met een iets hogere frequentie. In vacuüm plant licht zich voort met de lichtsnelheid, maar daarin onderscheidt het zich niet van andere elektromagnetische straling met andere frequenties. De kleinste onderdelen waaruit licht is opgebouwd (lichtkwanta)worden fotonen genoemd. (bron: Wikipedia)
Er zijn drie variabelen die licht beschrijven 1) De lichtsterkte (amplitude) 2) De kleur (frequentie of golflengte) en 3) De polarisatie of trillingsrichting (deze staat altijd loodrecht op de voortplantingsrichting).
In dit stukje wil ik het voornamelijk hebben over de kleur.
Licht zoals wij het in het dagelijks leven om ons heen tegenkomen heeft zelden of nooit dezelfde kleur. De kleur van het licht veroorzaakt door de frequentie noemen we de kleurtemperatuur en wordt uitgedrukt in graden Kelvin (ºK). Hoe hoger de kleurtemperatuur oftewel de Kelvin waarde, hoe blauwer het licht. Hoe lager de kleurtemperatuur dus een lagere Kelvin waarde hoe meer oranje getint het licht wordt.
De kleurtemperatuur van het licht wordt bepaald door de lichtbron. Zo heeft kunstlicht bijvoorbeeld in de vorm van een gloeilamp (zolang we die nog tegenkomen) een veel lagere kleurtemperatuur dan bijvoorbeeld daglicht (waarbij de kleurtemperatuur wordt bepaald door de stand van de zon).
Het vreemde en verwarrende hierbij is dat wij een lagere kleurtemperatuur ervaren als warmer licht (misschien niet zo vreemd want een kleiner f-getal heeft ook een grotere diafragma opening dus als fotograaf zijn we wel iets gewend).
Wij zien wit licht.
De kleur van het licht dat door een vel helder wit papier weerkaatst wordt, is in feite afhankelijk van het omgevingslicht. Bij verlichting door kunstlicht is de kleur anders dan bij verlichting door daglicht. Het oog corrigeert deze schijnkleur, doordat de betreffende kleurgevoelige cellen (de kegeltjes) na korte tijd sterker uitgeput raken en minder sterke signalen naar de hersenen leiden. (bron: Wikipedia)
Welke kleurtemperatuur hoort nu bij welke lichtbron?
Ook onze camera heeft de mogelijkheid om alles in wit licht te zien ongeacht de kleurtemperatuur van de lichtbron. Dit noemen we de witbalans. Digitale camera's hebben een aantal presets waaruit we kunnen kiezen zoals: daglicht, flitslicht, bewolkt, tl-licht et cetera. Een speciale preset is de Automatische witbalans. Deze stand analyseert het licht en berekent de juiste correctie (wat overigens alleen maar goed werkt bij een gemiddelde situatie).
Maar wat nu als we lichtbronnen gaan mixen met een verschillende kleurtemperatuur?
Stel we gaan fotograferen in de zaal waar een receptie wordt gehouden met voornamelijk kunstlicht met een lage kleurtemperatuur van ongeveer 3000 graden Kelvin en we plaatsen onze reportageflitser op de camera.
We gebruiken dan een extra lichtbron met een globale kleurtemperatuur van ongeveer 5500 Kelvin. Als we bij kunstlicht dan een foto maken met een flitser dan zal de camera de witbalans corrigeren naar de kleurtemperatuur van het licht van de flitser. Het aanwezige kunstlicht wordt hierdoor geel-oranje weergegeven omdat kunstlicht een veel lagere kleurtemperatuur (ong. 3000 Kelvin) heeft dan flitslicht.
Je krijgt hierdoor grote kleurverschillen in je foto’s waardoor deze onrealistisch lijken of dat het overduidelijk is dat deze foto’s met een flitser zijn gemaakt.
Om het verschil in kleurtemperatuur in foto’s te minimaliseren, als een flitser wordt gebruikt, kun je met een kleurfilter werken. Met deze correctiefilters kunnen we de kleur van het flitslicht aanpassen naar dezelfde kleurtemperatuur van het aanwezige omgevingslicht. Deze correctiefilters (gels) bestaan uit blauwe (CTB), oranje (CTO), en groene (+Green) filters. De blauwe filters zijn geschikt voor daglicht situaties, de oranje filters passen het flitslicht aan naar kunstlicht en de groene filters geven het flitslicht eenzelfde kleur als TL-licht.
In onderstaande tabel kun je zien welke filter je in welke situatie kunt gebruiken. Hierbij is uitgegaan van Lee filters.
Uiteraard kun je deze correctiefilters ook creatief gebruiken om te gaan schuiven met de kleurtemperatuur, daarover meer in mijn volgende blog.
OK, dat was het voor deze keer. Ik hoop dat je het weer interessant hebt gevonden. Laat gerust eens een berichtje achter of wordt een vaste volger van mijn blog.
Je kunt mij ook volgen op twitter
Follow @PSPhotoDigi
Tot de volgende keer,
Peter.
woensdag 10 augustus 2011
Acties in Photoshop
Wanneer je ze nog nooit hebt gebruikt, raad ik je aan je eens te verdiepen in de mogelijkheden van Acties (Actions) in Photoshop.
Met deze functies kun je regelmatig terugkomende handelingen vastleggen/registreren en deze keer op keer laten uitvoeren bij andere foto's. Komt het bij jou bijvoorbeeld regelmatig voor dat je van een opname het formaat aanpast, de lagen samenvoegt en daarna het bestand als Jpeg in een bepaalde map opslaat, kun je deze handelingen eenmalig opnemen en daarna keer op keer afspelen bij volgende foto's.
Maar. Er is altijd een maar. Bepaalde zaken worden letterlijk opgenomen in je Actie. Wanneer je bijvoorbeeld het Tekst gereedschap gebruikt en op een bepaalde plaats in de opname een tekst typt, dan zal iedere volgende keer op exact de zelfde plaats de zelfde tekst worden geplaatst wanneer je deze Actie gebruikt.
Zo ook bij het selecteren van een laag. Wanneer je bij het opnemen van je Actie een bepaalde laag selecteert bijvoorbeeld laag: "Huisje Wit" terwijl je eigenlijk de derde laag van beneden bedoelt, dan zal de Actie bij een volgende opname als deze niet de laag bevat met de naam "Huisje Wit" een foutmelding geven.
Om dit te voorkomen kun je bij het selecteren van lagen een aantal "keyboard shortcuts" gebruiken. Je hebt dan geen probleem meer met de benaming van de laag waardoor je Actie in alle opnamen bruikbaar zijn.
De Shortcuts zijn:
Alt + "[" of "]" selecteert de laag boven of onder de huidige laag
Alt + Shift + "[" "]" selecteert huidige laag + laag onder de huidige laag of huidige laag + laag boven de huidige laag. Als de huidige laag de onderste of de bovenste laag is gaat Photoshop verder met de bovenste resp. onderste laag.
Alt + "," of "." selecteert de onderste respectievelijk. bovenste laag.
Alt + Shift + "," of "." selecteert vanaf huidige laag t/m onderste laag respectievelijk huidige laag t/m bovenste laag.
OK, dat was mijn tip voor Photoshop voor deze keer. Ik denk een paar handige keyboard shortcuts zowel wanneer je lagen wilt gebruiken in je Acties, maar ook gewoon tijdens je dagelijks werk met lagen in Photoshop.
Ik hoop dat je het weer interessant hebt gevonden.
Tot de volgende keer.
Met deze functies kun je regelmatig terugkomende handelingen vastleggen/registreren en deze keer op keer laten uitvoeren bij andere foto's. Komt het bij jou bijvoorbeeld regelmatig voor dat je van een opname het formaat aanpast, de lagen samenvoegt en daarna het bestand als Jpeg in een bepaalde map opslaat, kun je deze handelingen eenmalig opnemen en daarna keer op keer afspelen bij volgende foto's.
Maar. Er is altijd een maar. Bepaalde zaken worden letterlijk opgenomen in je Actie. Wanneer je bijvoorbeeld het Tekst gereedschap gebruikt en op een bepaalde plaats in de opname een tekst typt, dan zal iedere volgende keer op exact de zelfde plaats de zelfde tekst worden geplaatst wanneer je deze Actie gebruikt.
Zo ook bij het selecteren van een laag. Wanneer je bij het opnemen van je Actie een bepaalde laag selecteert bijvoorbeeld laag: "Huisje Wit" terwijl je eigenlijk de derde laag van beneden bedoelt, dan zal de Actie bij een volgende opname als deze niet de laag bevat met de naam "Huisje Wit" een foutmelding geven.
Om dit te voorkomen kun je bij het selecteren van lagen een aantal "keyboard shortcuts" gebruiken. Je hebt dan geen probleem meer met de benaming van de laag waardoor je Actie in alle opnamen bruikbaar zijn.
De Shortcuts zijn:
Alt + "[" of "]" selecteert de laag boven of onder de huidige laag
Alt + Shift + "[" "]" selecteert huidige laag + laag onder de huidige laag of huidige laag + laag boven de huidige laag. Als de huidige laag de onderste of de bovenste laag is gaat Photoshop verder met de bovenste resp. onderste laag.
Alt + "," of "." selecteert de onderste respectievelijk. bovenste laag.
Alt + Shift + "," of "." selecteert vanaf huidige laag t/m onderste laag respectievelijk huidige laag t/m bovenste laag.
OK, dat was mijn tip voor Photoshop voor deze keer. Ik denk een paar handige keyboard shortcuts zowel wanneer je lagen wilt gebruiken in je Acties, maar ook gewoon tijdens je dagelijks werk met lagen in Photoshop.
Ik hoop dat je het weer interessant hebt gevonden.
Tot de volgende keer.
maandag 25 juli 2011
De kracht van een fotografische visie
Wanneer je als fotograaf gebruik maakt van je fotografische visie, dan heb je een duidelijk beeld van het eindresultaat (de foto) bij het bekijken van je onderwerp. De drie stappen die je gebruikt bij een fotografische visie zijn:
1- Een duidelijk beeld vormen van het onderwerp in al zijn aspecten.
2- Je een voorstelling maken van het eindresultaat, de foto
3- Weten hoe je met welke middelen het gewenste beeld kunt bereiken.
Wanneer je fotografeert zonder je van te voren een beeld te vormen van het gewenste eindresultaat (pre-visualisatie) is het moeilijk zo niet onmogelijk om de juiste keuze te maken voor de toe te passen techniek en/of de te gebruiken hulpmiddelen (brandpunt, filters et cetera). Wanneer je weet wat je wilt bereiken met het onderwerp kun je de juiste keuzes maken om het eindresultaat te bereiken.
Soms ontstaan foto's gewoon bij toeval, een reactie op een situatie die zich plotseling voordoet. Daar is verder niets mis mee. Echter, heel vaak kunnen foto's verbeterd worden door er vooraf meer tijd in te steken in het vormen van een beeld van het gewenste eindresultaat. Dit proces noemen we pre-visualisatie.
Je kunt de kracht van Pre-Visualisatie ontwikkelen door:
- Oefen in het bekijken van het onderwerp dat je voor je hebt, ook het niet zo voor de hand liggende analyseren.
- Bedenk waar de foto over gaat
- Werk aan het pre-visualiseren van het beeld van het eindresultaat
- Maak een stappenplan hoe je het onderwerp gaat vastleggen (voor je op de ontspanknop drukt) en verder gaat bewerken om tot het gewenste eindresultaat te komen.
Je zult merken dat wanneer je deze methode van pre-visualisatie in je fotografie gaat gebruiken je waarschijnlijk niet meer op een andere manier wilt werken. Je werk zal rijker worden en een diepere betekenis gaan krijgen aangezien er meer van jezelf in zit.
Ga de komende tijd eens gebruikmaken van pre-visualisatie voor je op de ontspanknop drukt. Je zult merken dat dit ook voor jou fotografie een verrijking zal zijn.
Dat was het weer voor deze keer, ik hoop dat je het interessant vindt.
Tot de volgende keer.
Peter
1- Een duidelijk beeld vormen van het onderwerp in al zijn aspecten.
2- Je een voorstelling maken van het eindresultaat, de foto
3- Weten hoe je met welke middelen het gewenste beeld kunt bereiken.
Wanneer je fotografeert zonder je van te voren een beeld te vormen van het gewenste eindresultaat (pre-visualisatie) is het moeilijk zo niet onmogelijk om de juiste keuze te maken voor de toe te passen techniek en/of de te gebruiken hulpmiddelen (brandpunt, filters et cetera). Wanneer je weet wat je wilt bereiken met het onderwerp kun je de juiste keuzes maken om het eindresultaat te bereiken.
Soms ontstaan foto's gewoon bij toeval, een reactie op een situatie die zich plotseling voordoet. Daar is verder niets mis mee. Echter, heel vaak kunnen foto's verbeterd worden door er vooraf meer tijd in te steken in het vormen van een beeld van het gewenste eindresultaat. Dit proces noemen we pre-visualisatie.
Je kunt de kracht van Pre-Visualisatie ontwikkelen door:
- Oefen in het bekijken van het onderwerp dat je voor je hebt, ook het niet zo voor de hand liggende analyseren.
- Bedenk waar de foto over gaat
- Werk aan het pre-visualiseren van het beeld van het eindresultaat
- Maak een stappenplan hoe je het onderwerp gaat vastleggen (voor je op de ontspanknop drukt) en verder gaat bewerken om tot het gewenste eindresultaat te komen.
Je zult merken dat wanneer je deze methode van pre-visualisatie in je fotografie gaat gebruiken je waarschijnlijk niet meer op een andere manier wilt werken. Je werk zal rijker worden en een diepere betekenis gaan krijgen aangezien er meer van jezelf in zit.
Ga de komende tijd eens gebruikmaken van pre-visualisatie voor je op de ontspanknop drukt. Je zult merken dat dit ook voor jou fotografie een verrijking zal zijn.
Dat was het weer voor deze keer, ik hoop dat je het interessant vindt.
Tot de volgende keer.
Peter
Labels:
algemeen,
compositie,
fotografie,
techniek,
tip
zondag 24 juli 2011
FV-lock - wanneer en hoe te gebruiken
Wanneer we onze camera richten op ons onderwerp en de ontspanknop half indrukken begint de ingebouwde techniek voor ons te werken. Wanneer we werken met autofocus gaat de scherpstelling aan de slag en stelt ons beeld scherp op het gekozen scherpstelpunt. De ingebouwde lichtmeter begint zijn (of is het haar?) werk te doen en geeft ons een resultaat in een diafragma en een sluitertijd.
Afhankelijk van de instelling die we hebben gekozen, spot- centrumgericht- of matrixmeting, wordt een bepaald deel van ons kader/beeld gebruikt voor het meten van het gereflecteerde licht. Na de meting kunnen we wanneer we de ontspanknop half ingedrukt houden een andere compositie in ons beeldkader maken. De gemeten waarde blijft gehandhaafd totdat we de ontspanknop loslaten of totdat we de knop helemaal indrukken en de opname maken.
We kunnen dus (en dat zullen we als fotograaf ook regelmatig doen) het gereflecteerde licht meten van ons onderwerp en daarna een andere compositie maken binnen ons beeldkader en toch een perfect belichte opname maken ook als het onderwerp hierdoor buiten het meetgebied komt van onze belichtingsmeter.
Maar hoe werkt dit nu met een flitser en TTL?
Hoe gaat dit nu in zijn werk wanneer we onze systeemflitser op de camera plaatsen en laten we zeggen een portretfoto gaan maken van tante Emma. We plaatsen tante Emma in haar woonkamer op een stoel voor de trots van haar woonkamer, de antieke notenhouten kast. Welke stappen vinden er nu allemaal plaats?
We hebben onze camera ingesteld op diafragmavoorkeuze F5.6 en onze reportageflitser op iTTL.
1- We richten onze camera op tante Emma en drukken de ontspanknop half in. De camera stelt scherp en de lichtmeter doet zijn werk en kiest een sluitertijd 1/30.
2- We houden de ontspanknop half ingedrukt en maken een nieuwe compositie met tante Emma een beetje rechts in beeld naast de prachtige met centraal op de achtergrond de prachtige kast.
3- We drukken de ontspanknop helemaal in. De flitser geeft een voorflits en het lichtmeetsysteem in de camera meet het gereflecteerde licht en bepaald in combinatie met de overige gegevens de benodigde hoeveelheid flitslicht. De sluiter gaat open, de flitser gaat af en de sluiter gaat dicht.
4- Opname gemaakt.
Het probleem dat zich nu voordoet is het feit dat het lichtmeetsysteem dat het gereflecteerde licht van de voorflits meet en analyseert, zich geheel baseert op het midden van het beeld. In ons geval dus de donkere kast i.p.v. onze tante Emma in haar zomerse jurk. Het probleem is dus dat de flitser teveel licht zal afgeven.
Hier komt FV-lock oftewel Flash Value Lock van pas. FV-lock is een onderdeel van het Nikon CLS (Creative Lighting System). De functie FV-lock kun je via een menu-keuze toewijzen aan een functieknop op je camera, lees hiervoor de handleiding van jou camera.
Wanneer je de functie FV-lock toepast, vuurt je flitser de voorflits af en berekent via het lichtmeetsysteem de gereflecteerde hoeveelheid licht. Deze waarde wordt vastgehouden totdat je de camera uitzet, de lichtmeter na een bepaalde tijd uitschakelt of totdat je wederom op de knop voor FV-lock duwt.
Hoe werkt dit in de praktijk?
Uitgaande van de zelfde situatie, richten we onze camera op tante Emma, stellen scherp en drukken op de FV-lock knop. We krijgen nu de voorflits en het resultaat wordt door het lichtmeetsysteem vastgelegd.
Vervolgens gaan we op de gewone manier verder met onze opname. We richten onze camera op tante Emma, drukken de ontspanknop half in waarbij we scherpstellen en een lichtmeting uitvoeren. Vervolgens maken we onze compositie en drukken de ontspanknop helemaal in en maken de opname.
Als resultaat hebben we nu een goed belichte opname met een flits hoeveelheid afgestemd op een goede belichting van tante Emma.
Kortom door het gebruik van de functie FV-lock kun je dus met iTTL flitsen een consistent resultaat krijgen in een serie opnames ongeacht of je in- of uitzoomt, een andere compositie maakt et cetera, zolang je maar niets verandert aan de afstand van jou (cq. de flitser) t.o.v. het onderwerp.
Belangrijk om te weten is dat de gemeten waarde door de functie FV-lock gestopt wordt wanneer de ingebouwde lichtmeter in standby gaat. De tijdsduur voor de standby stand kun je in het menu instellen. Wanneer je dus van de FV-Lock gebruikt maakt, bijvoorbeeld bij een portret serie of een serie opnames van een groep mensen is het verstandig om de tijdsduur voor het inschakelen van de standby stand iets langer te zetten (vergeet deze echter niet terug te zetten naar een kortere tijd, dat spaart de accu).
Dat was de tip voor deze keer over de FV-lock functie van het Nikon CLS systeem.
Ik hoop dat je het interessant vond en misschien tot de volgende keer.
Groetjes,
Peter
Afhankelijk van de instelling die we hebben gekozen, spot- centrumgericht- of matrixmeting, wordt een bepaald deel van ons kader/beeld gebruikt voor het meten van het gereflecteerde licht. Na de meting kunnen we wanneer we de ontspanknop half ingedrukt houden een andere compositie in ons beeldkader maken. De gemeten waarde blijft gehandhaafd totdat we de ontspanknop loslaten of totdat we de knop helemaal indrukken en de opname maken.
We kunnen dus (en dat zullen we als fotograaf ook regelmatig doen) het gereflecteerde licht meten van ons onderwerp en daarna een andere compositie maken binnen ons beeldkader en toch een perfect belichte opname maken ook als het onderwerp hierdoor buiten het meetgebied komt van onze belichtingsmeter.
Maar hoe werkt dit nu met een flitser en TTL?
Hoe gaat dit nu in zijn werk wanneer we onze systeemflitser op de camera plaatsen en laten we zeggen een portretfoto gaan maken van tante Emma. We plaatsen tante Emma in haar woonkamer op een stoel voor de trots van haar woonkamer, de antieke notenhouten kast. Welke stappen vinden er nu allemaal plaats?
We hebben onze camera ingesteld op diafragmavoorkeuze F5.6 en onze reportageflitser op iTTL.
1- We richten onze camera op tante Emma en drukken de ontspanknop half in. De camera stelt scherp en de lichtmeter doet zijn werk en kiest een sluitertijd 1/30.
2- We houden de ontspanknop half ingedrukt en maken een nieuwe compositie met tante Emma een beetje rechts in beeld naast de prachtige met centraal op de achtergrond de prachtige kast.
3- We drukken de ontspanknop helemaal in. De flitser geeft een voorflits en het lichtmeetsysteem in de camera meet het gereflecteerde licht en bepaald in combinatie met de overige gegevens de benodigde hoeveelheid flitslicht. De sluiter gaat open, de flitser gaat af en de sluiter gaat dicht.
4- Opname gemaakt.
Het probleem dat zich nu voordoet is het feit dat het lichtmeetsysteem dat het gereflecteerde licht van de voorflits meet en analyseert, zich geheel baseert op het midden van het beeld. In ons geval dus de donkere kast i.p.v. onze tante Emma in haar zomerse jurk. Het probleem is dus dat de flitser teveel licht zal afgeven.
Hier komt FV-lock oftewel Flash Value Lock van pas. FV-lock is een onderdeel van het Nikon CLS (Creative Lighting System). De functie FV-lock kun je via een menu-keuze toewijzen aan een functieknop op je camera, lees hiervoor de handleiding van jou camera.
Wanneer je de functie FV-lock toepast, vuurt je flitser de voorflits af en berekent via het lichtmeetsysteem de gereflecteerde hoeveelheid licht. Deze waarde wordt vastgehouden totdat je de camera uitzet, de lichtmeter na een bepaalde tijd uitschakelt of totdat je wederom op de knop voor FV-lock duwt.
Hoe werkt dit in de praktijk?
Uitgaande van de zelfde situatie, richten we onze camera op tante Emma, stellen scherp en drukken op de FV-lock knop. We krijgen nu de voorflits en het resultaat wordt door het lichtmeetsysteem vastgelegd.
Vervolgens gaan we op de gewone manier verder met onze opname. We richten onze camera op tante Emma, drukken de ontspanknop half in waarbij we scherpstellen en een lichtmeting uitvoeren. Vervolgens maken we onze compositie en drukken de ontspanknop helemaal in en maken de opname.
Als resultaat hebben we nu een goed belichte opname met een flits hoeveelheid afgestemd op een goede belichting van tante Emma.
Kortom door het gebruik van de functie FV-lock kun je dus met iTTL flitsen een consistent resultaat krijgen in een serie opnames ongeacht of je in- of uitzoomt, een andere compositie maakt et cetera, zolang je maar niets verandert aan de afstand van jou (cq. de flitser) t.o.v. het onderwerp.
Belangrijk om te weten is dat de gemeten waarde door de functie FV-lock gestopt wordt wanneer de ingebouwde lichtmeter in standby gaat. De tijdsduur voor de standby stand kun je in het menu instellen. Wanneer je dus van de FV-Lock gebruikt maakt, bijvoorbeeld bij een portret serie of een serie opnames van een groep mensen is het verstandig om de tijdsduur voor het inschakelen van de standby stand iets langer te zetten (vergeet deze echter niet terug te zetten naar een kortere tijd, dat spaart de accu).
Dat was de tip voor deze keer over de FV-lock functie van het Nikon CLS systeem.
Ik hoop dat je het interessant vond en misschien tot de volgende keer.
Groetjes,
Peter
Abonneren op:
Posts (Atom)

