Posts tonen met het label flitstechniek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label flitstechniek. Alle posts tonen

dinsdag 1 mei 2012

Strobistfotografie - Wat heb je nodig?

Tijdens mijn workshop krijg ik regelmatig van deelnemers de vraag: "Wat heb ik nu precies nodig om te beginnen?". Om hier een antwoord op te geven heb ik een aantal basis setjes samengesteld die kunnen dienen als uitgangspunt voor de start van Strobistfotografie oftewel Off-Camera Flitsen.

Misschien heb je sommige componenten al in je thuis, misschien niet. Kijk goed wat je al hebt en beslis dan wat je verder gaat aanschaffen om een start te kunnen maken.

Set 1: Starterset
  • 1x flitser (dedicated of een manual flitser zoals Yongnuo)
  • 1x Statief met Swivel
  • 1x Paraplu (shoot-through)
  • 1x trigger en 1x receiver (of 2x transciever)
  • 1x Reflectiescherm "5 in 1"
Set 2: Locatie set

  • 2x flitser (dedicated of een manual flitser zoals Yongnuo)
  • 2x Statief met Swivel
  • 2x Paraplu (shoot-through) of softboxen
  • 1x trigger en 2x receiver (of 3x transciever)
  • 1x Reflectiescherm "5 in 1"
Set 3: De thuisstudio

  • 3x flitser (dedicated of een manual flitser zoals Yongnuo)
  • 3x Statief met Swivel
  • 1x Paraplu
  • 1x Softbox
  • Rogue Grid 3 in 1
  • 1x trigger en 3x receiver (of 4x transciever)
  • 1x Reflectiescherm "5 in 1"
  • Achtergrond ophangsysteem
  • Achtergrond
Met deze setjes als uitgangspunt voor je situatie kun je een goede start maken. Natuurlijk kun je de sets gaan uitbreiden met extra hulpmiddelen zoals: kleuren gels, Octa softbox, flags, verschillende soorten paraplu's et cetera.


Is jou keuze set 2, de Locatie Set dan is de "Grab 'n Go" tas van standbagger (www.standbagger.com) een goede keuze. Deze schoudertas biedt plaats voor twee statieven, twee paraplu's en 2 flitsers.


Nogmaals, kijk voordat je spullen gaat kopen goed in je cameratas, misschien heb je al e.e.a. al in je bezit. Zo niet kies dan de set die bij jou past en vul dan je uitrusting aan met de benodigde componenten. 


Uiteraard kun je er ook voor kiezen om in eerste instantie gebruik te maken van infrarood communicatie (bijvoorbeeld met het Nikon Creative Lighting System). Kies je voor deze optie heb je uiteraard geen radio triggers en receivers nodig. Bedenk echter wel dat communicatie via infrarood een aantal beperkingen heeft.


Dat was het voor deze keer.


Tot de volgende keer


Peter Schijven

maandag 22 augustus 2011

Kleurengels

In mijn vorige blog heb ik gesproken over één van de kenmerken van licht, namelijk de kleur en met name de kleurtemperatuur. We hebben gezien dat in tegenstelling tot onze hersenen, de camera exact de kleurtemperatuur registreert zoals deze op dat moment is.

Door middel van het instellen van de witbalans op onze camera kunnen we een correctie toepassen zodat de kleuren weer neutraal worden en wit als wit wordt gezien. Ook hebben we gezien dat wanneer we verschillende lichtsoorten met elkaar mengen, bijvoorbeeld het licht van onze reportageflitser met het warme omgevingslicht van kunstlicht (gloeilampen) we een en ander met elkaar in balans moeten brengen voor een goed eindresultaat.

Dit in balans brengen van twee lichtbronnen doen we met kleurcorrectiefilters (gels) op onze flitser. Zo kunnen we in een omgeving met warm kunstlicht (tungsten) onze flitser(s) voorzien van een kleurenfilter genaamd Full CTO. Dit filter zorgt ervoor dat de kleurtemperatuur van onze flitser verandert naar de kleurtemperatuur van kunstlicht (gloeilamp).

Maar waar kopen we nu deze filters?

Tijdens mijn workshop "Flitsen of Strobisten" krijg ik steeds weer de vraag waar je deze kleurengels voor de reportageflitser kunt kopen. Tot op heden verwees ik mijn cursisten naar de producten van Honl. Het merk Honl heeft een aantal sets van correctie- en effectfilters.

Ik zeg tot op heden
aangezien ik sinds kort een leverancier heb gevonden van kleurenfilters die, compleet en betaalbaar zijn en bovendien van een zeer goede kwaliteit.

Ik heb het dan over het bedrijf Halcyon. Ze zijn gevestigd in Friesland en hun website is www.halcyon.nl .



Naast losse filters verkopen ze een aantal goed samengestelde sets. Voor wat betreft de sets kun je kiezen uit een set correctie filters, effect filter en zogenaamde cosmetische filters. Deze laatste zijn speciaal bedoeld voor portretfotografie. Het doel van deze cosmetische filters is het corrigeren van huidtinten.

Naast de filters en filtersets, verkopen ze ook opbergmapjes en klittenbandmateriaal voor bevestiging.

Kortom een compleet assortiment voor de strobistfotograaf op het gebied van kleurenfilters. Neem eens een kijkje op hun website voor meer informatie.

Dat was de tip voor deze keer.

See you next time.


vrijdag 12 augustus 2011

Bestaand licht en onze flitser - De kleurtemperatuur.

Licht, voor ons fotografen is dit het belangrijkste onderwerp in onze opname. Of we nu een landschap fotograferen, een model of een aansteker op onze salontafel, zonder licht hebben we opname..

Maar wat is nu licht eigenlijk?

Licht is elektromagnetische straling in het frequentiebereik dat waarneembaar is met het menselijk oog, in het algemeen met inbegrip van infrarood licht (met een iets lagere frequentie) en ultraviolet licht, met een iets hogere frequentie. In vacuüm plant licht zich voort met de lichtsnelheid, maar daarin onderscheidt het zich niet van andere elektromagnetische straling met andere frequenties. De kleinste onderdelen waaruit licht is opgebouwd (lichtkwanta)worden fotonen genoemd. (bron: Wikipedia)

Er zijn drie variabelen die licht beschrijven 1) De lichtsterkte (amplitude) 2) De kleur (frequentie of golflengte) en 3) De polarisatie of trillingsrichting (deze staat altijd loodrecht op de voortplantingsrichting).

In dit stukje wil ik het voornamelijk hebben over de kleur.

Licht zoals wij het in het dagelijks leven om ons heen tegenkomen heeft zelden of nooit dezelfde kleur. De kleur van het licht veroorzaakt door de frequentie noemen we de kleurtemperatuur en wordt uitgedrukt in graden Kelvin (ºK). Hoe hoger de kleurtemperatuur oftewel de Kelvin waarde, hoe blauwer het licht. Hoe lager de kleurtemperatuur dus een lagere Kelvin waarde hoe meer oranje getint het licht wordt.
De kleurtemperatuur van het licht wordt bepaald door de lichtbron. Zo heeft kunstlicht bijvoorbeeld in de vorm van een gloeilamp (zolang we die nog tegenkomen) een veel lagere kleurtemperatuur dan bijvoorbeeld daglicht (waarbij de kleurtemperatuur wordt bepaald door de stand van de zon).

Het vreemde en verwarrende hierbij is dat wij een lagere kleurtemperatuur ervaren als warmer licht (misschien niet zo vreemd want een kleiner f-getal heeft ook een grotere diafragma opening dus als fotograaf zijn we wel iets gewend).

Wij zien wit licht.

De kleur van het licht dat door een vel helder wit papier weerkaatst wordt, is in feite afhankelijk van het omgevingslicht. Bij verlichting door kunstlicht is de kleur anders dan bij verlichting door daglicht. Het oog corrigeert deze schijnkleur, doordat de betreffende kleurgevoelige cellen (de kegeltjes) na korte tijd sterker uitgeput raken en minder sterke signalen naar de hersenen leiden. (bron: Wikipedia)

Welke kleurtemperatuur hoort nu bij welke lichtbron?


Ook onze camera heeft de mogelijkheid om alles in wit licht te zien ongeacht de kleurtemperatuur van de lichtbron. Dit noemen we de witbalans. Digitale camera's hebben een aantal presets waaruit we kunnen kiezen zoals: daglicht, flitslicht, bewolkt, tl-licht et cetera. Een speciale preset is de Automatische witbalans. Deze stand analyseert het licht en berekent de juiste correctie (wat overigens alleen maar goed werkt bij een gemiddelde situatie).

Maar wat nu als we lichtbronnen gaan mixen met een verschillende kleurtemperatuur?


Stel we gaan fotograferen in de zaal waar een receptie wordt gehouden met voornamelijk kunstlicht met een lage kleurtemperatuur van ongeveer 3000 graden Kelvin en we plaatsen onze reportageflitser op de camera.
We gebruiken dan een extra lichtbron met een globale kleurtemperatuur van ongeveer 5500 Kelvin. Als we bij kunstlicht dan een foto maken met een flitser dan zal de camera de witbalans corrigeren naar de kleurtemperatuur van het licht van de flitser. Het aanwezige kunstlicht wordt hierdoor geel-oranje weergegeven omdat kunstlicht een veel lagere kleurtemperatuur (ong. 3000 Kelvin) heeft dan flitslicht.
Je krijgt hierdoor grote kleurverschillen in je foto’s waardoor deze onrealistisch lijken of dat het overduidelijk is dat deze foto’s met een flitser zijn gemaakt.

Om het verschil in kleurtemperatuur in foto’s te minimaliseren, als een flitser wordt gebruikt, kun je met een kleurfilter werken. Met deze correctiefilters kunnen we de kleur van het flitslicht aanpassen naar dezelfde kleurtemperatuur van het aanwezige omgevingslicht. Deze correctiefilters (gels) bestaan uit blauwe (CTB), oranje (CTO), en groene (+Green) filters. De blauwe filters zijn geschikt voor daglicht situaties, de oranje filters passen het flitslicht aan naar kunstlicht en de groene filters geven het flitslicht eenzelfde kleur als TL-licht.

In onderstaande tabel kun je zien welke filter je in welke situatie kunt gebruiken. Hierbij is uitgegaan van Lee filters.


Uiteraard kun je deze correctiefilters ook creatief gebruiken om te gaan schuiven met de kleurtemperatuur, daarover meer in mijn volgende blog.

OK, dat was het voor deze keer. Ik hoop dat je het weer interessant hebt gevonden. Laat gerust eens een berichtje achter of wordt een vaste volger van mijn blog.

Je kunt mij ook volgen op twitter



Tot de volgende keer,

Peter.

zondag 24 juli 2011

FV-lock - wanneer en hoe te gebruiken

Wanneer we onze camera richten op ons onderwerp en de ontspanknop half indrukken begint de ingebouwde techniek voor ons te werken. Wanneer we werken met autofocus gaat de scherpstelling aan de slag en stelt ons beeld scherp op het gekozen scherpstelpunt. De ingebouwde lichtmeter begint zijn (of is het haar?) werk te doen en geeft ons een resultaat in een diafragma en een sluitertijd.

Afhankelijk van de instelling die we hebben gekozen, spot- centrumgericht- of matrixmeting, wordt een bepaald deel van ons kader/beeld gebruikt voor het meten van het gereflecteerde licht. Na de meting kunnen we wanneer we de ontspanknop half ingedrukt houden een andere compositie in ons beeldkader maken. De gemeten waarde blijft gehandhaafd totdat we de ontspanknop loslaten of totdat we de knop helemaal indrukken en de opname maken.

We kunnen dus (en dat zullen we als fotograaf ook regelmatig doen) het gereflecteerde licht meten van ons onderwerp en daarna een andere compositie maken binnen ons beeldkader en toch een perfect belichte opname maken ook als het onderwerp hierdoor buiten het meetgebied komt van onze belichtingsmeter.

Maar hoe werkt dit nu met een flitser en TTL?

Hoe gaat dit nu in zijn werk wanneer we onze systeemflitser op de camera plaatsen en laten we zeggen een portretfoto gaan maken van tante Emma. We plaatsen tante Emma in haar woonkamer op een stoel voor de trots van haar woonkamer, de antieke notenhouten kast. Welke stappen vinden er nu allemaal plaats?

We hebben onze camera ingesteld op diafragmavoorkeuze F5.6 en onze reportageflitser op iTTL.

1- We richten onze camera op tante Emma en drukken de ontspanknop half in. De camera stelt scherp en de lichtmeter doet zijn werk en kiest een sluitertijd 1/30.
2- We houden de ontspanknop half ingedrukt en maken een nieuwe compositie met tante Emma een beetje rechts in beeld naast de prachtige met centraal op de achtergrond de prachtige kast.
3- We drukken de ontspanknop helemaal in. De flitser geeft een voorflits en het lichtmeetsysteem in de camera meet het gereflecteerde licht en bepaald in combinatie met de overige gegevens de benodigde hoeveelheid flitslicht. De sluiter gaat open, de flitser gaat af en de sluiter gaat dicht.
4- Opname gemaakt.

Het probleem dat zich nu voordoet is het feit dat het lichtmeetsysteem dat het gereflecteerde licht van de voorflits meet en analyseert, zich geheel baseert op het midden van het beeld. In ons geval dus de donkere kast i.p.v. onze tante Emma in haar zomerse jurk. Het probleem is dus dat de flitser teveel licht zal afgeven.

Hier komt FV-lock oftewel Flash Value Lock van pas. FV-lock is een onderdeel van het Nikon CLS (Creative Lighting System). De functie FV-lock kun je via een menu-keuze toewijzen aan een functieknop op je camera, lees hiervoor de handleiding van jou camera.

Wanneer je de functie FV-lock toepast, vuurt je flitser de voorflits af en berekent via het lichtmeetsysteem de gereflecteerde hoeveelheid licht. Deze waarde wordt vastgehouden totdat je de camera uitzet, de lichtmeter na een bepaalde tijd uitschakelt of totdat je wederom op de knop voor FV-lock duwt.

Hoe werkt dit in de praktijk?

Uitgaande van de zelfde situatie, richten we onze camera op tante Emma, stellen scherp en drukken op de FV-lock knop. We krijgen nu de voorflits en het resultaat wordt door het lichtmeetsysteem vastgelegd.
Vervolgens gaan we op de gewone manier verder met onze opname. We richten onze camera op tante Emma, drukken de ontspanknop half in waarbij we scherpstellen en een lichtmeting uitvoeren. Vervolgens maken we onze compositie en drukken de ontspanknop helemaal in en maken de opname.

Als resultaat hebben we nu een goed belichte opname met een flits hoeveelheid afgestemd op een goede belichting van tante Emma.

Kortom door het gebruik van de functie FV-lock kun je dus met iTTL flitsen een consistent resultaat krijgen in een serie opnames ongeacht of je in- of uitzoomt, een andere compositie maakt et cetera, zolang je maar niets verandert aan de afstand van jou (cq. de flitser) t.o.v. het onderwerp.

Belangrijk om te weten is dat de gemeten waarde door de functie FV-lock gestopt wordt wanneer de ingebouwde lichtmeter in standby gaat. De tijdsduur voor de standby stand kun je in het menu instellen. Wanneer je dus van de FV-Lock gebruikt maakt, bijvoorbeeld bij een portret serie of een serie opnames van een groep mensen is het verstandig om de tijdsduur voor het inschakelen van de standby stand iets langer te zetten (vergeet deze echter niet terug te zetten naar een kortere tijd, dat spaart de accu).

Dat was de tip voor deze keer over de FV-lock functie van het Nikon CLS systeem.

Ik hoop dat je het interessant vond en misschien tot de volgende keer.

Groetjes,

Peter

woensdag 13 juli 2011

TTL flitsen - Welke stappen worden er allemaal genomen?

TTL staat voor "Through The Lens" of in goed Nederlands DDL "Door De Lens". De term heeft betrekking op de lichtmeting bij flitsfotografie en wil zeggen dat de hoeveelheid flitslicht wordt gemeten door de lens van de spiegelreflex. Bij Nikon is het iTTL bij Canon eTTL.
Binnen dit artikel ga ik uit van de werking van iTTL bij Nikon.

Van belang om te weten bij iTTL van Nikon is dat het lichtmeetsysteem van de flitser volledig is losgekoppeld van het lichtmeetsysteem van je camera. Hoewel ze beiden de zelfde sensor in de camera gebruiken, werken beide systemen geheel onafhankelijk van elkaar. Bij het iTTL-BL meetsysteem van Nikon zijn beide meetsystemen wel actief gekoppeld, in dit artikel wil ik mij echter beperken tot iTTL.

Wat gebeurt er nu allemaal wanneer je een flitsopname maakt met je flitser in iTTL mode?

Laten we uitgaan van de situatie dat we binnen fotograferen, we hebben een ISO-waarde 400 ingesteld en het diafragma staat op F5.6 en de camera staat op diafragma voorkeuze (A).

Flitser op de camera:

1) De flitser geeft een preflash

2) Het flits lichtmeetsysteem meet het gereflecteerde licht in het midden van het beeld en berekent op basis van de gegevens het output vermogen voor de hoofdflits

3) Het berekende vermogen wordt nu nog eventueel gecorrigeerd met ingevoerde correctie voor het flitsvermogen (FEC), hetzij op de flitser zelf hetzij op de camera. Bij de correctie wordt meegenomen de EC (Exposure Correction) correctie op de camera, de FEC (Flash Exposure Correction) op de camera en FEC op de flitser zelf.

4) De sluiter opent, de flitser vuurt het berekende vermogen en de sluiter sluit.

De opname is gemaakt!

Naast het plaatsen van de flitser op de camera in de zogenaamde "hotshoe", kunnen we onze Nikon flitser ook los van de camera aansturen. De iTTL informatie wordt hierbij onderling gecommuniceerd via infrarood. Binnen Nikon maken we dan gebruik van het zogenaamde CLS systeem. CLS staat voor "Creative Lighting System". Je zult begrijpen dat er binnen deze wijze van communiceren een hoop extra moet gebeuren.
Binnen dit systeem heb je een commander en remote flitsers. De "commander" kan de opklapflitser zijn van je camera, maar ook bijvoorbeeld een SB-900 of een speciale infrarood commander unit van Nikon de SU-800.

De stappen bij draadloos remote flitsen via infrarood.

1) De commander vuurt een preflash af met de opdracht voor iedere remote flitser om een preflash te geven.

2) Iedere remote groep zal om de beurt een preflash afvuren. Wanneer in een groep meerdere flitsers zitten zullen deze gelijktijdig de preflash afvuren.

3) Het iTTL meetsysteem verwerkt nu de informatie van iedere groep over het gereflecteerde licht individueel en stuurt meteen naar de groep de instelling voor het vermogen. Dit is direct ook een zwak punt binnen het systeem. Er wordt namelijk geen rekening gehouden met het licht van een eventuele andere groep flitsers waarvan het licht mogelijk op dezelfde plaats binnen het onderwerp terechtkomt. Standaard wordt er door het systeem per groep wel een onderbelichting toegepast. Dit is waarschijnlijk om dit probleem te omzeilen. Ook de commander unit krijgt instellingen voor het toe te passen flitsvermogen ingeval deze uiteraard een flitser heeft.

4) De sluiter gaat open

5) De commander stuurt weer een signaal uit voor alle groepen/flitsers om te flitsen op het ingestelde vermogen. De flitsers gaan af en de sluiter gaat dicht.

Opname gemaakt.

Je zult begrijpen dat hoe meer groepen je hebt en/of hoe meer flitsers je remote gaat aansturen hoe meer tijd de preflash sequentie en de communicatie in beslag gaat nemen. Je zult hier dus rekening mee moeten houden bij het fotograferen op deze wijze van snel bewegende onderwerpen zoals sport.

Goed dit was een klein stukje over de opbouw van iTTL communicatie bij Nikon flitsers.

Bedankt voor het lezen en tot de volgende keer.

maandag 11 juli 2011

Modellendag FK-Geleen

Gisteren heb ik meegedaan aan de jaarlijkse modellendag van FK-Geleen. De modellendag vond dit jaar plaats in de tuinen van Mono Verde in Landgraaf. Deze modellendag wordt jaarlijks georganiseerd door een aantal leden van deze fotoclub, waarbij ieder jaar wordt gekozen voor een andere locatie. De opkomst was erg goed, er waren dertien leden van de fotokring en 12 modellen aanwezig.

Ik heb deze dag samengewerkt met Theo van Mourik. We wilden beide gebruik maken van de diverse strobisttechnieken dus was dit eigenlijk wel een logische keuze, daarnaast zitten Theo en ik v.w.b. fotografie wel redelijk op een zelfde golflengte met toch wel ieder duidelijk een eigen insteek en benadering van het onderwerp/model.

Nu is mijn gevoel bij modellendagen nooit erg geweldig.
Ik vind het een hele klus om tijdens zo'n dag tot geweldige resultaten te komen. Vaak komen dit soort dagen neer op het maken van een aantal mooie plaatjes van mooie modellen/meisjes (hoewel ik wederom tot de conclusie ben gekomen dat mooi wel een heel relatief begrip is) op een mooie locatie.
Door de tijdsdruk kun je niet echt aan een doordacht concept werken.

Zowel fotograaf als model moeten gedurende zo'n dag topprestaties leveren. In een tijdsbestek van pakweg 1½ uur moet je 1)elkaar leren kennen, 2) een geschikte plek binnen de locatie vinden, 3) een beeld verzinnen dat je samen wilt neerzetten en 4) tot het gewenste beeld komen in het eindresultaat. En dan heb ik het nog niet over het kiezen van de juiste kleding en props.

Kortom een topprestatie op hoog niveau, waarbij de kans van slagen op voorhand al redelijk klein is. Maar toch!

Theo en ik hadden het geluk dat we als eerste binnen het restaurant van Mondo Verde al snel de keuze hadden gemaakt om daar te beginnen. Er was mooi licht aanwezig, mooie kleuren in de wanden en de galerij van pilaren vormde een mooi decor voor de achtergrond. Samen met de modellen Yolanda en Chantal hebben we getracht om binnen dit decor een gevoel van verlatenheid, desolaatheid neer te zetten. Eerst op een bankje langs de muur en in een tweede shoot aan een tafeltje in het restaurant waarbij we getracht hebben het beeld te vormen van een meisje dat al veel te lang op haar afspraak zit te wachten. Komt hij wel of komt hij niet?
Dit is een voorbeeld van de eerste shoot met model Chantal op het bankje in de galerij.
Voor de techneuten de strobistinfo. Op het model heb ik één enkele flitser (Yongnuo) geplaats in een softbos 40x40 cm zonder diffusiemateriaal. Ik heb dus gebruikt gemaakt van de reflectie in de softbox om het karakter van de flitser aan te passen. Ik heb gekozen voor één van de klassieke belichtingsstijlen namelijk "Rembrandt licht". De achtergrond heb ik 1½ stop onderbelicht.

Dit is dan ook eigenlijk mijn tip die ik wil meegeven. Wanneer je het pad opgaat van modelfotografie. Werk dan naar een moment toe waarop je niet langer meer genoegen neemt met "gewoon" maar fotograferen van leuke mooie (jonge) modellen, maar bedenk eventueel samen met je model een concept of een idee dat je wilt uitbeelden. Zoek daar de juiste locatie en props bij en ga samen werken aan het eindresultaat. Je zult zien dat dit je veel meer voldoening zal gaan geven dan gewoon het zoveelste plaatje van een knap gezicht.

OK, dat was het voor deze keer,

See you next time.

donderdag 10 februari 2011

Workshop Strobistfotografie

Op 26 februari geef ik weer een workshop Strobistfotografie bij Q-Flash in Sittard. Tijdens de workshop genaamd " Flitsen of Strobisten" leer je alles op het gebied van materialen voor de strobist, de theorie over licht en lichtmeten komt uitgebreid aan bod, maar ook de basis van portretfotografie en de opstelling van de flitsers passeren de revu.
Naast de nodige theorie is er gedurende de 6 uur durende workshop voldoende ruimte om het geleerde in de praktijk te brengen met het aanwezige model.

Wil je meer halen uit je reportageflitsers, wil je meer weten over TTL en handmatig flitsen en wil je je creativiteit een turboboost geven, schrijf je dan nu in voor deze workshop. Er zijn nog een paar plaatsen vrij.

De prijs van deze workshop is € 75,00. Dit is inclusief het bij de workshop horende handboek "Flitsen of Strobisten", broodjes, koffie en thee.

Om je in te schrijven ga naar: www.qflash.nl of www.ps-photo.nl

zondag 23 januari 2011

Invulflits

Fotograferen tijdens een bewolkte dag is veel gemakkelijker dan tijdens een zonovergoten dag in het park.
Het wolkendek zorgt voor een heel groot diffusiescherm waardoor de lichtstralen van de zon alle kanten op gestuurd worden.
Voor het menselijk oog lijkt het als of er totaal geen schaduwen bestaan. Je zult echter met een paar testshots tot de conclusie komen dat er wel degelijk schaduwen zijn. Fotografeer je bijvorbeeld onder de bewolkte hemel je model of het bruidspaar met getuigen, zul je zien dat er schaduwen ontstaan in het gezicht en onder de ogen. De kwaliteit en de richting van de schaduwen is uiteraard afhankelijk van de richting van je onderwerp met betrekking tot de zon. Het zal uiteraard best moeilijk zijn om de hoek te vinden maar je kunt er op rekenen dat de richting van het licht invloed zal hebben op je opnamen.
Uiteraard zullen de schaduwen minder en zachter zijn dan bij zonlicht, maar ze zijn er wel.

De bewolke dag kan je op het verkeerde been zetten en je de indruk geven dat je geen invulflits nodig hebt. Misschien is dat waar bij sommige romantische portretjes, maar bij de meeste opnamen zul je merken dat de juiste dosis invulflits de kwaliteit van je opname aanmerkelijk zal verbeteren. De ogen onder de wenkbrauwen worden lichter en de kleuren verbeteren.

De kunst is natuurlijk om de dosis flitslicht zo te doseren dat het niet zichtbaar is voor het ongetrainde oog.

Als uitgangspunt voor een goed gedoseerde invulflits kun je voor een gemiddelde bewolkte dag een flits compensatie aanhouden van -1,5 stop. Voor een zwaar bewolkte dag gebruik je een compensatie van -2 stops. Fotografeer je op een zonnige dag neem je als uitgangspunt een compensatie van 0 stop.

Uiteraard zijn dit startpunten controleer je scherm en pas indien nodig de compensatie aan.

OK, dat was de tip weer voor deze keer, see you next time

Peter Schijven.

zaterdag 22 januari 2011

Vuurdoop


Vandaag was de vuurdoop voor mijn workshop "Flitsen of Strobisten". De eerste groep van 8 personen van Fotokring Geleen hadden de eer om als eerste de workshop te volgen. De workshop werd gegeven bij Q-Flash in Sittard, leverancier van studiotoebehoren. De workshop begon met informatie over de materialen die je als strobistfotograaf kunt gebruiken om je flitser(s) te plaatsen. aan te sturen en het licht te sturen en eventueel te corrigeren. Daarna volgde de theorie over licht, hoe verplaatst licht zich, hoe controleer je de intensiteit et cetera.
Na de theorie en een pauze met daarin broodjes en koffie zijn we aan de slag gegaan met het praktijk gedeelte. Er was een mogelijkheid om het geleerde in de praktijk te brengen bij model Yolanda, of er kon gewerkt worden met een table-top opstelling. Yolanda kreeg het zwaar te verduren want iedereen koos voor het fotograferen van een portret.
Tijdens de praktijksessie heb ik laten zien wat het verschil is tussen een opname met de flitser op de camera direct richting model en via een bounce op een muur. Dit in TTL mode. Dit was voor een aantal deelnemers al direct een eye-opener hoeveel een foto kan verbeteren door alleen de flitskop totaal een andere kant op te draaien.

Daarna zijn we verder gegaan met alles handmatig in te stellen en de flitser(s) op een statief los te plaatsen. We hebben hierbij gewerkt met bounce via plafond, 1 en meerdere flitsers, het gebruik van een paraplu en/of een softbox en het werken met kleurengels.

Hoewel de deelnemers erg veel informatie kregen te verwerken was de algehele indruk dat het een zeer leerzame dag is geweest. Duidelijk is geworden dat door het gebruik van losse reportage flitsers (zelfs al met 1 flitser) er een wereld van creativiteit open gaat. Maar ook is duidelijk geworden dat het niet alleen inzetbaar is bij portret- en modelfotografie, maar ook in veel andere takken van fotografie zoals: table-top, close-up fotografie, natuurfotografie et cetera.

Kortom op een paar schoonheidsfoutjes die te maken hadden met de opstart van de workshop van mijn kant na was het een zeer leerzame dag en is iedereen met een stuk kennis rijker naar huis gegaan.

zondag 16 januari 2011

Waterdruppels op een zondagmiddag


Strobistfotografie, het fotograferen met één of meerdere reportageflitsers opgesteld los van de camera, opent een wereld van mogelijkheden. De afgelopen tijd heb ik veel energie gestoken in het opzetten van een workshop strobistfotografie en flitstechniek. De workshop gaat in op de materialen die je kunt gebruiken bij strobistfotografie, maar behandelt ook: theorie over licht en lichtmeten, basiskennis portretfotografie, ttl flitstechniek en strobistfotografie. Gedurende een 6 uur durende workshop komt zowel de theorie uitgebreid aan bod, maar is er ook ruimte voor de praktijk.
Deelnemers aan de workshop ontvangen ook het door mij geschreven boek "Flitsen of Strobisten". Een boekwerk van 75 pagina's met daarin de in de workshop behandelde theorie.
De workshop wordt o.a. gegeven bij Q-Flash in Sittard, maar kan uiteraard ook voor groepen op andere locaties worden gegeven. Voor meer info of inschrijven voor de workshop kijk op mijn website www.ps-photo.nl.
Een beetje informatie over deze opname van een waterdruppel gemaakt op een zondagmiddag in de keuken.
De schaal met water staat op een blauwe kartonnen achtergrond. Op de achtergrond staat een YN-460 II flitser power 1/64 met een 1/2 CT blue filter. Op de schaaal met water staat een tweede flitser gericht Nikon SB-600 met een effect gel 'Rust' van Honl met een grid. Deze flitser staat op 1/2 output power. De camera staat op ISO 400 f16 en sluitertijd 1/250.

zaterdag 6 november 2010

Lichtmeten

Van alle belichtingsmogelijkheden die mijn camera's mij bieden gebruik ik voor 99% de "M" (manual) stand. De "M" stand biedt mij namelijk een aantal voordelen:
- Totale controle over de belichting
- Totale controle over de scherptediepte
- Controle over bewegings(on)scherpte
- Consistente belichting van een serie opnames

Geen van de andere mogelijkheden van de camera biedt mij deze mogelijkheden.

Uiteraard maak ik wel eens een uitzondering en gebruik ik "diafragma voorkeur" of "sluitertijd voorkeur", dit meestal wanneer ik te weinig tijd heb om zelf de controle uit te oefenen.
De "P" stand of volledig automatisch gebruik ik eigenlijk nooit. Ik ben er al snel achtergekomen dat de "P" echt niet voor Professioneel staat. In de "P" stand of de automatische stand laat je eigenlijk de beslissing voor een goed belichte opname over aan de voorkeur van een Japanse programmeur.

Ik merk regelmatig dat de automatische of half automatiche standen van de camera gebruikt worden als excuus voor een slecht belichte opname. De fotograaf gaat dan i.p.v. zijn eigen techniek te verbeteren meer op zoek naar een camera die de klus kan klaren.

In de manual stand ben je zelf verantwoordelijk voor het eindresultaat, dus gaat het fout ben je als fotograaf degene die moet gaan zoeken naar de oplossing.

Je zult nu natuurlijk zeggen dat je bij de diafragma- of sluitertijd voorkeuze ook de controle hebt want je kunt namelijk de scherptediepte bepalen of via de sluitertijd de beweging controleren.

Er zijn twee belangrijke redenen:
- De lichtmeter van de camera is afhankelijk van de reflectie van het onderwerp en werkt alles naar middengrijs toe. De camera kan onmogelijk inschatten (zelfs met de meeste moderne systemen) wat het echte onderwerp is en of dit dan wel middengrijs (oftewel gemiddeld) is.
- Wanneer je de "P" stand of de automatische stand gebruikt met TTL flitsen waarbij de flitser de hoofdlichtbron is, zal de camera de sluitertijd aanpassen voor de correcte belichting, hierbij heb je dus geen controle over de registratie van het omgevingslicht.

Om een goed belichte opname te kunnen maken moet je de beperkingen van je (ingebouwde) lichtmeter kennen. Veel donker of veel lichte delen binnen de opname kunnen de lichtmeter erg in de war brengen. De lichtmeter wil namelijk alles wat gemeten wordt terugbrengen naar middengrijs. En jij als fotograaf wilt de lichte delen licht hebben en de donkere delen donker hebben in je eindresultaat.

Hoe meet je nu een goede belichting met je camera?
- controleer de belichting via de lichtmeter
- controleer je histogram
- controleer de "hoge lichten" waarschuwing (blinkies)
- bekijk de opname op je LCD scherm
- ervaring

Een vast recept voor een goede belichting kan niet worden gegeven, iedere situatie is anders dus voor iedere situatie is het een mix van bovenstaande technieken.

Omgevingslicht zonder flits

Waarom adviseer ik het gebruik van de "M" stand? Wanneer je buiten fotografeert, zal het licht niet veel/snel veranderen, wanneer je dus een goede belichting hebt vastgesteld zul je dus in de "M" stand meer consistente opnames krijgen
- ongeacht de compositie
- ongeacht in- uitzoomen
- ongeachte de reflecterende eigenschappen van je onderwerp
- ongeacht of je meer of minder lucht in beeld krijgt door groothoek of tele

Of je nu onder gelijkblijvende lichtomstandigheden, liggend of staand fotografeert, een groothoek of een tele stand gebruikt, een hoog of een laag standpunt gebruikt zal de belichting van iedere opname anders zijn tenzij je de camera in de "M" stand hebt staan.

Een consistent belichte serie opnames zorgt natuurlijk voor minder werk in de digitale workflow bij de beeldbewerking.

OK, dat was het lichtmeten bij omgevingslicht, nu gaan we over naar het gebruik van de reportageflitser. Het wordt dan een stukje complexer.

De flitser op Manual
Wanneer je de flitser(s) op een vaste positie t.o.v. je onderwerp hebt geplaatst hetzij lost van de camera of op de camera, kun je het beste de flitser in de manual stand aansturen. Ook dan krijg je weer een consistente serie opnames. Stel de flitskracht in, maak een testfoto en pas zonodig de flitskracht aan.

Flitsers op TTL of Auto
Maar als je de flitser op je camera hebt staan en je beweegt rondom je onderwerp, ben je beter af wanneer je een vorm van flitslichtmeting ter beschikking hebt. Je beste keuze is dan de TTL stand of de Auto stand van je flitsaansturing.
We lopen nu echter snel tegen een probleem aan. De flitslichtmeting is namelijk ook afhankelijk van het reflecterend vermogen en tonale waarden van je onderwerp. Ook nu weer zal je ingebouwde lichtmeter alle informatie proberen terug te brengen naar een gemiddelde waarde (middengrijs). Dit betekend dus dat je zowel in de Auto als in de TTL stand zelf moeten blijven corrigeren en dit dan door de functie flitscompensatie (hetzij via de functie van de camera of rechtstreeks op de flitser). Tenminste wanneer je flits je hoofd lichtbron is.

Wanneer je de flitser alleen als fill-flash gebruikt wil je een zo zacht mogelijk resultaat. De beste keuze is dan je flitser in de TTL stand en dan de flits belichtings compensatie flink omlaag te zetten. In deze situatie heeft het reflecterend vermogen weinig of geen invloed op de belichting.

Wanneer ik buiten mijn flitser gebruik als invulflits (fill flash) gebruik ik meestal een flits belichtingscompensatie van -1.3 / -1.7 voor een goed resultaat. Dit is uiteraard een uitgangspunt. Wanneer iemand in de schaduw staat en ik wil de persoon goed belichten tegen een door zonlicht belichte achtergrond zal ik waarschijnlijk een flits belichtingscompensatie van 0 gebruiken.

Kortom er zijn tips, handigheidjes en hulpmiddelen maar er is geen vast recept voor een goed belichte foto.

Je kunt wel goed voorbereid zijn!
Het is altijd een goed gebruik om te werken vanuit een vast uitgangspunt. Wanneer je het een gewoonte maakt om voor een bepaalde situatie vaste instellingen te gebruiken en van daaruit te gaan corrigeren. Dit helpt je snel tot een goede belichting te komen en zorgt voor een consistente workflow.

Wanneer ik bijvoorbeeld binnen (bijvoorbeeld een receptie) moet fotograferen met mijn reportageflitser als hoofd lichtbron gebruik ik de volgende instellingen als startpunt:
- ISO 800
- sluiter 1/40 (voor mee belichten omgevingslicht)
- Groot diafragma (klein getal) f2.8 of f3.5 of f4.0
- flitser op TTL
- flits belichtingscompensatie +.3

Dan een paar testopnames en bijsturen.

Wanneer ik van binnen naar buiten ga, verander ik de standaard waarden naar:
- ISO 200 (of zo laag mogelijk)
- sluiter 1/250 (mijn snelste flitssynchronisatie)
- diafragma gemiddeld f8.0 of f11.0

Het gebruik van de maximale sluitertijd voor flitssynchronisatie is belangrijk. Dit punt is een soort sweet spot. Bij deze sluitertijd krijg je de meeste power uit je flitser en dat is belangrijk wanneer je het onderwerp goed wilt belichten en voldoende kracht moet hebben om het krachtige zonlicht de baas te blijven.

Goede instellingen als uitgangspunt zorgen voor een snel en goed resultaat en een gestructureerde workflow. Met deze basisinstellingen ben je voorbereid voor iedere situatie.

Dat was het weer voor deze keer, de volgende keer weer meer over flitsen.

Groetjes

Peter





-

zaterdag 30 oktober 2010

Flitslicht verzachten


Nog niet zo lang geleden was het een stuk plastic dat apart gekocht moest worden passend bij je reportage flitser. Tegenwoordig wordt het al standaard geleverd bij bijvoorbeeld de Nikon SB-800 flitser. Ik heb het over de diffusor kap of misschien beter bekend als de Omnibounce of Stofen.
Steeds vaker zie ik dan ook fotografen rondlopen in de stad, op evenementen et cetera druk fotograferend en er op los flitsend met het stuk "tupperware" op de flitser.

Maar hoe zinvol is dit kapje nu echt?

De reportage flitsers is een relatief kleine lichtbron, dit heeft als gevolg dat wanneer we de flitser afvuren op ons onderwerp dit meestal een harde schaduw tot gevolg heeft. Het is nu eenmaal een feit dat een kleinere lichtbron een hardere schaduw oplevert dan een grote lichtbron.

Hieruit blijkt eigenlijk al direct dat het gebruik van de Omnibounce op zich geen enkel invloed zal hebben op de hardheid of zachtheid van de schaduw veroorzaakt door de flitser aangezien het oppervlak van deze kap niet noemenswaardig groter is dan de flitser zelf.

Wat doet deze diffusor kap dan wel?

Het enige dat de Omnibounce doet (het blijkt zelfs uit de naam) is het licht afgevuurd door de flitser verspreiden in alle richtingen in een hoek van 180 graden. Doen we dit binnen in een woonkamer of andere afgesloten ruimte zal het licht komend uit de flitser in alle richtingen worden verspreid en worden gereflecteerd door de muren en plafond (mits deze dichtbij zijn).
Deze nieuwe oppervlakten, vele malen groter dan de oppervlakte van de flitser, worden dan de nieuwe lichtbron. Aangezien het oppervlak van deze nieuwe lichtbron veel groter is zal het licht zachter zijn met als gevolg een zachtere schaduw.

In de openlucht heeft het gebruik van deze kap dus geen enkel nut. Het licht wordt verspreid maar zal geen oppervlak vinden om te reflecteren (de dichtsbijzijnde ster staat toch echt te ver weg).
Het enige resultaat dat je als fotograaf zult merken van de diffusor kap in de openlucht is het feit dat je batterijen sneller leeg zullen aangezien de fliser harder zal moeten werken om voldoende licht op je onderwerp te stralen.

Kortom, de diffusor kap of Omnibounce is een handige tool om je flitslicht binnenshuis te verzachten zolang er iets om je heen is om het licht te reflecteren. Aan de andere kant zijn er dan ook andere manieren (betere manieren) om het resultaat van je flitsen te verbeteren zoals indirect flitsen en of-camera gebruik van je flitser. Ga je naar buiten, haal dan zo snel mogelijk het stuk plastic van je flitser aangezien het je alleen maar batterij capaciteit kost.

Ok, dat was het.

See you next time