Bestaand licht is voor veel fotografen waarschijnlijk bij hun fotografie de belangrijkste lichtbron. Het is krachtig en het is gratis.Het bestaand licht zien en maar ook effectief kunnen gebruiken is waarschijnlijk één van de belangrijkste hulpmiddelen (naast een goede flitstechniek) om je fotografische kwaliteiten een enorme boost te geven.
Als fotograaf zijn we voornamelijk bezig om ons verhaal te vertellen in het beeld dat we vastleggen. De sfeer en de emoties van het moment zijn voor ons belangrijk, dat willen we overbrengen. Wanneer we dat voor ogen blijven houden zullen we ervaren dat het bestaande licht niets anders is dan een hulpmiddel om ons verhaal te vertellen.
Onderstaande tips kunnen wellicht helpen om het bestaande licht beter te gaan zien en te gebruiken.
Tip 1: Ben er van bewust dat het karakter van bestaand licht gedurende de dag verandert
In bovenstaande afbeelding zie je het zelfde onderwerp gefotografeerd op diverse momenten van de dag. Links tijdens schemering, in de middelste foto tijdens de zonsopgang en op de rechtse opname tijdens het midden van de dag.
Door het verschillend karakter in licht zie je drie totaal verschillende sferen in deze opnames ontstaan.Voor jou als fotograaf biedt dat dus de mogelijkheid om wanneer de sfeer van een onderwerp niet is wat je voor ogen hebt om op een ander tijdstip op de dag terug te komen en het juiste moment vast te leggen.
Tip 2: Bestaand licht is niet goed of slecht
Veel fotografen zweren bij het feit dat wanneer je fotografeert bij bestaand licht je dit het beste kunt doen tijden het zogenaamd "Gouden Uur" of Golden Hour in het Engels. Dit is zo'n klein uur na zonsopgang en gedurende een klein uur voor zonsondergang. En toegegeven dit is een zeer mooi moment van de dag waar alles liefelijk, bijna magisch wordt belicht. En voor veel onderwerpen ook een heel mooi licht. Maar wat nu als je een "punk" model wilt fotograferen met een stoere punk outfit en een harde stoere blik, is dan dit liefelijk licht gedurende het "Gouden Uur" wel het beste moment? Waarschijjnlijk niet, zo'n onderwerp wil je fotograferen met waarschijnlijk harder en confronterend licht. Dus een moment meer naar het middaguur zal een veel beter moment zijn voor deze opname.
Kortom ieder moment van de dag biedt mogelijkheden om te fotograferen zolang je ze maar herkent en laat passen bij je onderwerp.
Tip 3: Bestudeer iedere dag het licht
Inderdaad, maak er een gewoonte van om het licht om je heen te bestuderen en dan bedoel ik niet uitsluitend wanneer je de camera bij je hebt. Iedere dag kom je in andere situaties, iedere dag zie je wel eens een moment waarop je denkt "wow" dat is een mooie lichtval. Ben dus iedere dag bewust van het licht, de kwaliteit, de lichtval et cetera, leer de situaties herkennen zodat je ze kunt gebruiken als je op pad bent met de camera.
Tip 4: Durf te experimenteren
In het digitale tijdperk is dit geen enkel probleem meer. Als de opname is mislukt verwijder je hem gewoon, geen filmkosten, ontwikkelkosten en afdrukkosten gewoon "delete". En dat experimenteren is belangrijk want alleen met bestuderen van het licht en de lichtval kom je er niet. Je zult merken dat het licht eenmaal vastgelegd in de opname vaak toch net iets anders overkomt voor wat betreft de sfeer en de emotie dan in "real life". Dus bestudeer niet alleen het licht maar experimenteer ook door te fotograferen en nogmaals te fotograferen. Het zullen echt niet direct allemaal meesterwerken worden, maar je zult merken dat je steeds beter het licht en de lichtval zult gaan herkennen en steeds beter zult worden in het gebruik er van.
Tip 5: Fotografeer met de nabewerking in je achterhoofd.
Digitale camera's worden steeds beter het overbruggen van het contrast (dynamisch bereik) gaat de laatste tijd sterk vooruit. Toch is er nog een enorm verschil met het menselijk oog. Daar wij wij bij een tegenlicht opname met ons oog details zien in zowel de schaduwkant van het onderwerp als de sterk belichte achtergrond, zul je met een camera keuzes moeten maken. Het is onmogelijk om dit enorme dynamisch bereik vast te leggen. Gelukkig hebben wij als fotograaf hulpmiddelen zoals Photoshop of Lightroom en kunnen wij in de nabewerking hier nog wat aan doen. Dus bedenk bij je opname altijd welke correctie ruimte je hebt gedurende de nabewerking (zeker als je in RAW werkt) en maak dan de keuze voor een belichting bij de opname.
Goed dat waren vijf tips om je te helpen om beter te worden in het gebruik van bestaand licht in je fotografie. Bedenk echter wel dat met het lezen van de tips je er nog niet bent. Lezen is één din, gebruiken is een ander dus mijn advies: Ga aan de slag en fotografeer, kijk, fotografeer nog eens en kijk weer en blijf fotograferen.
Succes en veel plezier en tot de volgende keer,
Peter
Welkom op mijn weblog over fotografie. Op dit blog wil ik mijn ervaringen en opgedane kennis als beroepsfotograaf delen met anderen. Met regelmaat zal ik hier artikelen plaatsen over verschillende onderwerpen binnen de digitale fotografie. Veel leesplezier en kom regelmatig nog eens terug of nog beter, wordt een vaste volger van mijn blog.
Posts tonen met het label tutorial. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tutorial. Alle posts tonen
vrijdag 27 april 2012
woensdag 6 juli 2011
Compositieregel - De Diagonaal Methode
Binnen de fotografie zijn er een aantal regels met betrekking tot compositie die we regelmatig horen. Zo hebben we allemaal wel eens gehoord van de "Regel van Derden", "De Gulden Snede", "Invoerende Diagonalen" et cetera.
Een compositie regel die bij velen niet zo bekend is, maar toch van groot belang kan zijn is "De Diagonaal Methode", niet te verwarren met de regel van Invoerende Diagonalen.
De Diagonaal Methode is ontdekt door Edwin Westhoff. Op zijn website www.diagonaalmethode.nl kun je zeer uitgebreid lezen hoe hij tijdens zijn onderzoek deze compositie methode heeft ontdekt. Ook zijn er talloze voorbeelden te zien binnen de reclamewereld, fotografie maar ook bijvoorbeeld de schilderkunst waar deze compositie methode bewust of onbewust is toegepast.
De technische kant van deze methode is vrij simpel uit te leggen: vanuit elke hoek van een rechthoekig of vierkant tweedimensionaal werkstuk (zoals een foto of een schilderij) kunnen we de bissectrice of deellijn tekenen. Dit is de lijn die de hoek van 90 graden verdeelt in twee gelijke delen van 45 graden. Deze lijnen zijn tegelijkertijd de meetkundige diagonalen (vandaar de naam "Diagonaal Methode") van de twee vierkanten die elkaar overlappen in een rechthoek.
Uit het onderzoek bleek dat kunstenaars en fotografen details die zij belangrijk vonden/vinden, zoals ogen, op deze Diagonalen plaatsten, met een afwijking van max. 1 á 1,5 mm op A4 formaat.
Kunstenaars, maar ook bekijkers van kunstwerken, volgen blijkbaar deze bissectrices of Diagonalen, zodat details op deze posities, onmiddellijk opvallen.
Bij de Diagonaal Methode gaat het dus om het plaatsen op de lijnen van details, die om wat voor reden dan ook belangrijk zijn in een opname. Deze methode is dus ook een subjectieve methode.
De Diagonaal Methode is goed toepasbaar binnen de fotografie aangezien het kleinbeeld formaat een verhouding heeft van 2:3. Binnen deze rechthoek kun je twee vierkanten tekenen die elkaar overlappen (zie bovenstaande figuur).
Edwin ontdekte dat kunstenaars zoals Rembrandt en beroemde fotografen, maar ook amateurfotografen, vaak details op de diagonalen plaatsten van deze overlappende vierkanten.
Elke positie op de Diagonalen is mogelijk om details op te plaatsen. In deze figuur zien we dergelijke mogelijke posities, aangegeven door de kleine cirkels op de Diagonalen.
De Diagonaal Methode begint langzaam maar zeker een steeds belangrijkere rol in te nemen bij de compositie van een beeld binnen de fotografie. Inmiddels is in Lightroom standaard een overlay bij het "croptool" ingebouwd om bij het maken van een uitsnede van een opname rekening te kunnen houden met deze Diagonaal Methode.
Wil je meer weten over de Diagonaal Methode bezoek dan zeker de website van Edwin Westhoff, hier vindt je uitgebreide informatie en voorbeelden.
www.dediagonaalmethode.nl
Bekijk je foto's nog eens kritisch met de Diagonaal Methode in je achterhoofd (of gebruik de overlay in Lightroom). Misschien pas je deze methode al onbewust toe, of misschien zie je dan mogelijkheden om door deze methode je foto's nog krachtiger te maken.
OK, dat was het weer voor deze keer.
See you next time.
Een compositie regel die bij velen niet zo bekend is, maar toch van groot belang kan zijn is "De Diagonaal Methode", niet te verwarren met de regel van Invoerende Diagonalen.
De Diagonaal Methode is ontdekt door Edwin Westhoff. Op zijn website www.diagonaalmethode.nl kun je zeer uitgebreid lezen hoe hij tijdens zijn onderzoek deze compositie methode heeft ontdekt. Ook zijn er talloze voorbeelden te zien binnen de reclamewereld, fotografie maar ook bijvoorbeeld de schilderkunst waar deze compositie methode bewust of onbewust is toegepast.
De technische kant van deze methode is vrij simpel uit te leggen: vanuit elke hoek van een rechthoekig of vierkant tweedimensionaal werkstuk (zoals een foto of een schilderij) kunnen we de bissectrice of deellijn tekenen. Dit is de lijn die de hoek van 90 graden verdeelt in twee gelijke delen van 45 graden. Deze lijnen zijn tegelijkertijd de meetkundige diagonalen (vandaar de naam "Diagonaal Methode") van de twee vierkanten die elkaar overlappen in een rechthoek.
Uit het onderzoek bleek dat kunstenaars en fotografen details die zij belangrijk vonden/vinden, zoals ogen, op deze Diagonalen plaatsten, met een afwijking van max. 1 á 1,5 mm op A4 formaat.
Kunstenaars, maar ook bekijkers van kunstwerken, volgen blijkbaar deze bissectrices of Diagonalen, zodat details op deze posities, onmiddellijk opvallen.
Bij de Diagonaal Methode gaat het dus om het plaatsen op de lijnen van details, die om wat voor reden dan ook belangrijk zijn in een opname. Deze methode is dus ook een subjectieve methode.
De Diagonaal Methode is goed toepasbaar binnen de fotografie aangezien het kleinbeeld formaat een verhouding heeft van 2:3. Binnen deze rechthoek kun je twee vierkanten tekenen die elkaar overlappen (zie bovenstaande figuur).
Edwin ontdekte dat kunstenaars zoals Rembrandt en beroemde fotografen, maar ook amateurfotografen, vaak details op de diagonalen plaatsten van deze overlappende vierkanten.
Elke positie op de Diagonalen is mogelijk om details op te plaatsen. In deze figuur zien we dergelijke mogelijke posities, aangegeven door de kleine cirkels op de Diagonalen.
De Diagonaal Methode begint langzaam maar zeker een steeds belangrijkere rol in te nemen bij de compositie van een beeld binnen de fotografie. Inmiddels is in Lightroom standaard een overlay bij het "croptool" ingebouwd om bij het maken van een uitsnede van een opname rekening te kunnen houden met deze Diagonaal Methode.
Wil je meer weten over de Diagonaal Methode bezoek dan zeker de website van Edwin Westhoff, hier vindt je uitgebreide informatie en voorbeelden.
www.dediagonaalmethode.nl
Bekijk je foto's nog eens kritisch met de Diagonaal Methode in je achterhoofd (of gebruik de overlay in Lightroom). Misschien pas je deze methode al onbewust toe, of misschien zie je dan mogelijkheden om door deze methode je foto's nog krachtiger te maken.
OK, dat was het weer voor deze keer.
See you next time.
donderdag 10 februari 2011
Workshop Strobistfotografie
Op 26 februari geef ik weer een workshop Strobistfotografie bij Q-Flash in Sittard. Tijdens de workshop genaamd " Flitsen of Strobisten" leer je alles op het gebied van materialen voor de strobist, de theorie over licht en lichtmeten komt uitgebreid aan bod, maar ook de basis van portretfotografie en de opstelling van de flitsers passeren de revu.
Naast de nodige theorie is er gedurende de 6 uur durende workshop voldoende ruimte om het geleerde in de praktijk te brengen met het aanwezige model.
Wil je meer halen uit je reportageflitsers, wil je meer weten over TTL en handmatig flitsen en wil je je creativiteit een turboboost geven, schrijf je dan nu in voor deze workshop. Er zijn nog een paar plaatsen vrij.
De prijs van deze workshop is € 75,00. Dit is inclusief het bij de workshop horende handboek "Flitsen of Strobisten", broodjes, koffie en thee.
Om je in te schrijven ga naar: www.qflash.nl of www.ps-photo.nl
Naast de nodige theorie is er gedurende de 6 uur durende workshop voldoende ruimte om het geleerde in de praktijk te brengen met het aanwezige model.
Wil je meer halen uit je reportageflitsers, wil je meer weten over TTL en handmatig flitsen en wil je je creativiteit een turboboost geven, schrijf je dan nu in voor deze workshop. Er zijn nog een paar plaatsen vrij.
De prijs van deze workshop is € 75,00. Dit is inclusief het bij de workshop horende handboek "Flitsen of Strobisten", broodjes, koffie en thee.
Om je in te schrijven ga naar: www.qflash.nl of www.ps-photo.nl
zondag 16 januari 2011
Waterdruppels op een zondagmiddag

Strobistfotografie, het fotograferen met één of meerdere reportageflitsers opgesteld los van de camera, opent een wereld van mogelijkheden. De afgelopen tijd heb ik veel energie gestoken in het opzetten van een workshop strobistfotografie en flitstechniek. De workshop gaat in op de materialen die je kunt gebruiken bij strobistfotografie, maar behandelt ook: theorie over licht en lichtmeten, basiskennis portretfotografie, ttl flitstechniek en strobistfotografie. Gedurende een 6 uur durende workshop komt zowel de theorie uitgebreid aan bod, maar is er ook ruimte voor de praktijk.
Deelnemers aan de workshop ontvangen ook het door mij geschreven boek "Flitsen of Strobisten". Een boekwerk van 75 pagina's met daarin de in de workshop behandelde theorie.
De workshop wordt o.a. gegeven bij Q-Flash in Sittard, maar kan uiteraard ook voor groepen op andere locaties worden gegeven. Voor meer info of inschrijven voor de workshop kijk op mijn website www.ps-photo.nl.
Een beetje informatie over deze opname van een waterdruppel gemaakt op een zondagmiddag in de keuken.
De schaal met water staat op een blauwe kartonnen achtergrond. Op de achtergrond staat een YN-460 II flitser power 1/64 met een 1/2 CT blue filter. Op de schaaal met water staat een tweede flitser gericht Nikon SB-600 met een effect gel 'Rust' van Honl met een grid. Deze flitser staat op 1/2 output power. De camera staat op ISO 400 f16 en sluitertijd 1/250.
dinsdag 21 december 2010
Opvouwen van een achtergrond of lichttent
Het opvouwen van reflectorschermen en/of opvouwbare achtergronden met een metalen spiraal geeft in het begin nogal eens wat problemen. Geloof me ik heb wat piepjes gehoord toen ik er mee bezig was. Echter het opvouwen is erg eenvoudig indien je de juiste slag te pakken hebt. Een Youtube filmpje van B&H de fotografie superstore laat de juiste vouwtechniek zien. Veel succes!
zaterdag 6 november 2010
Lichtmeten
Van alle belichtingsmogelijkheden die mijn camera's mij bieden gebruik ik voor 99% de "M" (manual) stand. De "M" stand biedt mij namelijk een aantal voordelen:
- Totale controle over de belichting
- Totale controle over de scherptediepte
- Controle over bewegings(on)scherpte
- Consistente belichting van een serie opnames
Geen van de andere mogelijkheden van de camera biedt mij deze mogelijkheden.
Uiteraard maak ik wel eens een uitzondering en gebruik ik "diafragma voorkeur" of "sluitertijd voorkeur", dit meestal wanneer ik te weinig tijd heb om zelf de controle uit te oefenen.
De "P" stand of volledig automatisch gebruik ik eigenlijk nooit. Ik ben er al snel achtergekomen dat de "P" echt niet voor Professioneel staat. In de "P" stand of de automatische stand laat je eigenlijk de beslissing voor een goed belichte opname over aan de voorkeur van een Japanse programmeur.
Ik merk regelmatig dat de automatische of half automatiche standen van de camera gebruikt worden als excuus voor een slecht belichte opname. De fotograaf gaat dan i.p.v. zijn eigen techniek te verbeteren meer op zoek naar een camera die de klus kan klaren.
In de manual stand ben je zelf verantwoordelijk voor het eindresultaat, dus gaat het fout ben je als fotograaf degene die moet gaan zoeken naar de oplossing.
Je zult nu natuurlijk zeggen dat je bij de diafragma- of sluitertijd voorkeuze ook de controle hebt want je kunt namelijk de scherptediepte bepalen of via de sluitertijd de beweging controleren.
Er zijn twee belangrijke redenen:
- De lichtmeter van de camera is afhankelijk van de reflectie van het onderwerp en werkt alles naar middengrijs toe. De camera kan onmogelijk inschatten (zelfs met de meeste moderne systemen) wat het echte onderwerp is en of dit dan wel middengrijs (oftewel gemiddeld) is.
- Wanneer je de "P" stand of de automatische stand gebruikt met TTL flitsen waarbij de flitser de hoofdlichtbron is, zal de camera de sluitertijd aanpassen voor de correcte belichting, hierbij heb je dus geen controle over de registratie van het omgevingslicht.
Om een goed belichte opname te kunnen maken moet je de beperkingen van je (ingebouwde) lichtmeter kennen. Veel donker of veel lichte delen binnen de opname kunnen de lichtmeter erg in de war brengen. De lichtmeter wil namelijk alles wat gemeten wordt terugbrengen naar middengrijs. En jij als fotograaf wilt de lichte delen licht hebben en de donkere delen donker hebben in je eindresultaat.
Hoe meet je nu een goede belichting met je camera?
- controleer de belichting via de lichtmeter
- controleer je histogram
- controleer de "hoge lichten" waarschuwing (blinkies)
- bekijk de opname op je LCD scherm
- ervaring
Een vast recept voor een goede belichting kan niet worden gegeven, iedere situatie is anders dus voor iedere situatie is het een mix van bovenstaande technieken.
Omgevingslicht zonder flits
Waarom adviseer ik het gebruik van de "M" stand? Wanneer je buiten fotografeert, zal het licht niet veel/snel veranderen, wanneer je dus een goede belichting hebt vastgesteld zul je dus in de "M" stand meer consistente opnames krijgen
- ongeacht de compositie
- ongeacht in- uitzoomen
- ongeachte de reflecterende eigenschappen van je onderwerp
- ongeacht of je meer of minder lucht in beeld krijgt door groothoek of tele
Of je nu onder gelijkblijvende lichtomstandigheden, liggend of staand fotografeert, een groothoek of een tele stand gebruikt, een hoog of een laag standpunt gebruikt zal de belichting van iedere opname anders zijn tenzij je de camera in de "M" stand hebt staan.
Een consistent belichte serie opnames zorgt natuurlijk voor minder werk in de digitale workflow bij de beeldbewerking.
OK, dat was het lichtmeten bij omgevingslicht, nu gaan we over naar het gebruik van de reportageflitser. Het wordt dan een stukje complexer.
De flitser op Manual
Wanneer je de flitser(s) op een vaste positie t.o.v. je onderwerp hebt geplaatst hetzij lost van de camera of op de camera, kun je het beste de flitser in de manual stand aansturen. Ook dan krijg je weer een consistente serie opnames. Stel de flitskracht in, maak een testfoto en pas zonodig de flitskracht aan.
Flitsers op TTL of Auto
Maar als je de flitser op je camera hebt staan en je beweegt rondom je onderwerp, ben je beter af wanneer je een vorm van flitslichtmeting ter beschikking hebt. Je beste keuze is dan de TTL stand of de Auto stand van je flitsaansturing.
We lopen nu echter snel tegen een probleem aan. De flitslichtmeting is namelijk ook afhankelijk van het reflecterend vermogen en tonale waarden van je onderwerp. Ook nu weer zal je ingebouwde lichtmeter alle informatie proberen terug te brengen naar een gemiddelde waarde (middengrijs). Dit betekend dus dat je zowel in de Auto als in de TTL stand zelf moeten blijven corrigeren en dit dan door de functie flitscompensatie (hetzij via de functie van de camera of rechtstreeks op de flitser). Tenminste wanneer je flits je hoofd lichtbron is.
Wanneer je de flitser alleen als fill-flash gebruikt wil je een zo zacht mogelijk resultaat. De beste keuze is dan je flitser in de TTL stand en dan de flits belichtings compensatie flink omlaag te zetten. In deze situatie heeft het reflecterend vermogen weinig of geen invloed op de belichting.
Wanneer ik buiten mijn flitser gebruik als invulflits (fill flash) gebruik ik meestal een flits belichtingscompensatie van -1.3 / -1.7 voor een goed resultaat. Dit is uiteraard een uitgangspunt. Wanneer iemand in de schaduw staat en ik wil de persoon goed belichten tegen een door zonlicht belichte achtergrond zal ik waarschijnlijk een flits belichtingscompensatie van 0 gebruiken.
Kortom er zijn tips, handigheidjes en hulpmiddelen maar er is geen vast recept voor een goed belichte foto.
Je kunt wel goed voorbereid zijn!
Het is altijd een goed gebruik om te werken vanuit een vast uitgangspunt. Wanneer je het een gewoonte maakt om voor een bepaalde situatie vaste instellingen te gebruiken en van daaruit te gaan corrigeren. Dit helpt je snel tot een goede belichting te komen en zorgt voor een consistente workflow.
Wanneer ik bijvoorbeeld binnen (bijvoorbeeld een receptie) moet fotograferen met mijn reportageflitser als hoofd lichtbron gebruik ik de volgende instellingen als startpunt:
- ISO 800
- sluiter 1/40 (voor mee belichten omgevingslicht)
- Groot diafragma (klein getal) f2.8 of f3.5 of f4.0
- flitser op TTL
- flits belichtingscompensatie +.3
Dan een paar testopnames en bijsturen.
Wanneer ik van binnen naar buiten ga, verander ik de standaard waarden naar:
- ISO 200 (of zo laag mogelijk)
- sluiter 1/250 (mijn snelste flitssynchronisatie)
- diafragma gemiddeld f8.0 of f11.0
Het gebruik van de maximale sluitertijd voor flitssynchronisatie is belangrijk. Dit punt is een soort sweet spot. Bij deze sluitertijd krijg je de meeste power uit je flitser en dat is belangrijk wanneer je het onderwerp goed wilt belichten en voldoende kracht moet hebben om het krachtige zonlicht de baas te blijven.
Goede instellingen als uitgangspunt zorgen voor een snel en goed resultaat en een gestructureerde workflow. Met deze basisinstellingen ben je voorbereid voor iedere situatie.
Dat was het weer voor deze keer, de volgende keer weer meer over flitsen.
Groetjes
Peter
-
- Totale controle over de belichting
- Totale controle over de scherptediepte
- Controle over bewegings(on)scherpte
- Consistente belichting van een serie opnames
Geen van de andere mogelijkheden van de camera biedt mij deze mogelijkheden.
Uiteraard maak ik wel eens een uitzondering en gebruik ik "diafragma voorkeur" of "sluitertijd voorkeur", dit meestal wanneer ik te weinig tijd heb om zelf de controle uit te oefenen.
De "P" stand of volledig automatisch gebruik ik eigenlijk nooit. Ik ben er al snel achtergekomen dat de "P" echt niet voor Professioneel staat. In de "P" stand of de automatische stand laat je eigenlijk de beslissing voor een goed belichte opname over aan de voorkeur van een Japanse programmeur.
Ik merk regelmatig dat de automatische of half automatiche standen van de camera gebruikt worden als excuus voor een slecht belichte opname. De fotograaf gaat dan i.p.v. zijn eigen techniek te verbeteren meer op zoek naar een camera die de klus kan klaren.
In de manual stand ben je zelf verantwoordelijk voor het eindresultaat, dus gaat het fout ben je als fotograaf degene die moet gaan zoeken naar de oplossing.
Je zult nu natuurlijk zeggen dat je bij de diafragma- of sluitertijd voorkeuze ook de controle hebt want je kunt namelijk de scherptediepte bepalen of via de sluitertijd de beweging controleren.
Er zijn twee belangrijke redenen:
- De lichtmeter van de camera is afhankelijk van de reflectie van het onderwerp en werkt alles naar middengrijs toe. De camera kan onmogelijk inschatten (zelfs met de meeste moderne systemen) wat het echte onderwerp is en of dit dan wel middengrijs (oftewel gemiddeld) is.
- Wanneer je de "P" stand of de automatische stand gebruikt met TTL flitsen waarbij de flitser de hoofdlichtbron is, zal de camera de sluitertijd aanpassen voor de correcte belichting, hierbij heb je dus geen controle over de registratie van het omgevingslicht.
Om een goed belichte opname te kunnen maken moet je de beperkingen van je (ingebouwde) lichtmeter kennen. Veel donker of veel lichte delen binnen de opname kunnen de lichtmeter erg in de war brengen. De lichtmeter wil namelijk alles wat gemeten wordt terugbrengen naar middengrijs. En jij als fotograaf wilt de lichte delen licht hebben en de donkere delen donker hebben in je eindresultaat.
Hoe meet je nu een goede belichting met je camera?
- controleer de belichting via de lichtmeter
- controleer je histogram
- controleer de "hoge lichten" waarschuwing (blinkies)
- bekijk de opname op je LCD scherm
- ervaring
Een vast recept voor een goede belichting kan niet worden gegeven, iedere situatie is anders dus voor iedere situatie is het een mix van bovenstaande technieken.
Omgevingslicht zonder flits
Waarom adviseer ik het gebruik van de "M" stand? Wanneer je buiten fotografeert, zal het licht niet veel/snel veranderen, wanneer je dus een goede belichting hebt vastgesteld zul je dus in de "M" stand meer consistente opnames krijgen
- ongeacht de compositie
- ongeacht in- uitzoomen
- ongeachte de reflecterende eigenschappen van je onderwerp
- ongeacht of je meer of minder lucht in beeld krijgt door groothoek of tele
Of je nu onder gelijkblijvende lichtomstandigheden, liggend of staand fotografeert, een groothoek of een tele stand gebruikt, een hoog of een laag standpunt gebruikt zal de belichting van iedere opname anders zijn tenzij je de camera in de "M" stand hebt staan.
Een consistent belichte serie opnames zorgt natuurlijk voor minder werk in de digitale workflow bij de beeldbewerking.
OK, dat was het lichtmeten bij omgevingslicht, nu gaan we over naar het gebruik van de reportageflitser. Het wordt dan een stukje complexer.
De flitser op Manual
Wanneer je de flitser(s) op een vaste positie t.o.v. je onderwerp hebt geplaatst hetzij lost van de camera of op de camera, kun je het beste de flitser in de manual stand aansturen. Ook dan krijg je weer een consistente serie opnames. Stel de flitskracht in, maak een testfoto en pas zonodig de flitskracht aan.
Flitsers op TTL of Auto
Maar als je de flitser op je camera hebt staan en je beweegt rondom je onderwerp, ben je beter af wanneer je een vorm van flitslichtmeting ter beschikking hebt. Je beste keuze is dan de TTL stand of de Auto stand van je flitsaansturing.
We lopen nu echter snel tegen een probleem aan. De flitslichtmeting is namelijk ook afhankelijk van het reflecterend vermogen en tonale waarden van je onderwerp. Ook nu weer zal je ingebouwde lichtmeter alle informatie proberen terug te brengen naar een gemiddelde waarde (middengrijs). Dit betekend dus dat je zowel in de Auto als in de TTL stand zelf moeten blijven corrigeren en dit dan door de functie flitscompensatie (hetzij via de functie van de camera of rechtstreeks op de flitser). Tenminste wanneer je flits je hoofd lichtbron is.
Wanneer je de flitser alleen als fill-flash gebruikt wil je een zo zacht mogelijk resultaat. De beste keuze is dan je flitser in de TTL stand en dan de flits belichtings compensatie flink omlaag te zetten. In deze situatie heeft het reflecterend vermogen weinig of geen invloed op de belichting.
Wanneer ik buiten mijn flitser gebruik als invulflits (fill flash) gebruik ik meestal een flits belichtingscompensatie van -1.3 / -1.7 voor een goed resultaat. Dit is uiteraard een uitgangspunt. Wanneer iemand in de schaduw staat en ik wil de persoon goed belichten tegen een door zonlicht belichte achtergrond zal ik waarschijnlijk een flits belichtingscompensatie van 0 gebruiken.
Kortom er zijn tips, handigheidjes en hulpmiddelen maar er is geen vast recept voor een goed belichte foto.
Je kunt wel goed voorbereid zijn!
Het is altijd een goed gebruik om te werken vanuit een vast uitgangspunt. Wanneer je het een gewoonte maakt om voor een bepaalde situatie vaste instellingen te gebruiken en van daaruit te gaan corrigeren. Dit helpt je snel tot een goede belichting te komen en zorgt voor een consistente workflow.
Wanneer ik bijvoorbeeld binnen (bijvoorbeeld een receptie) moet fotograferen met mijn reportageflitser als hoofd lichtbron gebruik ik de volgende instellingen als startpunt:
- ISO 800
- sluiter 1/40 (voor mee belichten omgevingslicht)
- Groot diafragma (klein getal) f2.8 of f3.5 of f4.0
- flitser op TTL
- flits belichtingscompensatie +.3
Dan een paar testopnames en bijsturen.
Wanneer ik van binnen naar buiten ga, verander ik de standaard waarden naar:
- ISO 200 (of zo laag mogelijk)
- sluiter 1/250 (mijn snelste flitssynchronisatie)
- diafragma gemiddeld f8.0 of f11.0
Het gebruik van de maximale sluitertijd voor flitssynchronisatie is belangrijk. Dit punt is een soort sweet spot. Bij deze sluitertijd krijg je de meeste power uit je flitser en dat is belangrijk wanneer je het onderwerp goed wilt belichten en voldoende kracht moet hebben om het krachtige zonlicht de baas te blijven.
Goede instellingen als uitgangspunt zorgen voor een snel en goed resultaat en een gestructureerde workflow. Met deze basisinstellingen ben je voorbereid voor iedere situatie.
Dat was het weer voor deze keer, de volgende keer weer meer over flitsen.
Groetjes
Peter
-
zaterdag 30 oktober 2010
Flitslicht verzachten

Nog niet zo lang geleden was het een stuk plastic dat apart gekocht moest worden passend bij je reportage flitser. Tegenwoordig wordt het al standaard geleverd bij bijvoorbeeld de Nikon SB-800 flitser. Ik heb het over de diffusor kap of misschien beter bekend als de Omnibounce of Stofen.
Steeds vaker zie ik dan ook fotografen rondlopen in de stad, op evenementen et cetera druk fotograferend en er op los flitsend met het stuk "tupperware" op de flitser.
Maar hoe zinvol is dit kapje nu echt?
De reportage flitsers is een relatief kleine lichtbron, dit heeft als gevolg dat wanneer we de flitser afvuren op ons onderwerp dit meestal een harde schaduw tot gevolg heeft. Het is nu eenmaal een feit dat een kleinere lichtbron een hardere schaduw oplevert dan een grote lichtbron.
Hieruit blijkt eigenlijk al direct dat het gebruik van de Omnibounce op zich geen enkel invloed zal hebben op de hardheid of zachtheid van de schaduw veroorzaakt door de flitser aangezien het oppervlak van deze kap niet noemenswaardig groter is dan de flitser zelf.
Wat doet deze diffusor kap dan wel?
Het enige dat de Omnibounce doet (het blijkt zelfs uit de naam) is het licht afgevuurd door de flitser verspreiden in alle richtingen in een hoek van 180 graden. Doen we dit binnen in een woonkamer of andere afgesloten ruimte zal het licht komend uit de flitser in alle richtingen worden verspreid en worden gereflecteerd door de muren en plafond (mits deze dichtbij zijn).
Deze nieuwe oppervlakten, vele malen groter dan de oppervlakte van de flitser, worden dan de nieuwe lichtbron. Aangezien het oppervlak van deze nieuwe lichtbron veel groter is zal het licht zachter zijn met als gevolg een zachtere schaduw.
In de openlucht heeft het gebruik van deze kap dus geen enkel nut. Het licht wordt verspreid maar zal geen oppervlak vinden om te reflecteren (de dichtsbijzijnde ster staat toch echt te ver weg).
Het enige resultaat dat je als fotograaf zult merken van de diffusor kap in de openlucht is het feit dat je batterijen sneller leeg zullen aangezien de fliser harder zal moeten werken om voldoende licht op je onderwerp te stralen.
Kortom, de diffusor kap of Omnibounce is een handige tool om je flitslicht binnenshuis te verzachten zolang er iets om je heen is om het licht te reflecteren. Aan de andere kant zijn er dan ook andere manieren (betere manieren) om het resultaat van je flitsen te verbeteren zoals indirect flitsen en of-camera gebruik van je flitser. Ga je naar buiten, haal dan zo snel mogelijk het stuk plastic van je flitser aangezien het je alleen maar batterij capaciteit kost.
Ok, dat was het.
See you next time
vrijdag 28 mei 2010
Strobist fotografie
Een term die we de laatste tijd steeds vaker horen; Strobist Fotografie. Maar wat is dat nu precies.
Eenvoudig gezegd is strobist fotografie, fotograferen met je spiegelreflex (of betere compact) en gebruik van je flitser zonder deze bovenop je camera te plaatsen, in het Engels "off-camera flash".
Veel fotografen hebben iets tegen het gebruik van de flitser in hun fotografie. Dit komt meestal voort uit het feit dat ze gewend zijn de flitser bovenop de camera te plaatsen en de camera en flitser automatisch met het prachtige TTL systeem de opname te belichten. Het resultaat, meestal een vlakke on-interessante opname.
Door de flitser van je camera te halen en goed te gaan plaatsen stijgt je fotografie naar een volgend niveau (misschien wel 10 niveau's).
Op dit moment ben ik bezig mij te verdiepen in de diverse aspecten van strobist fotografie en de toepassing hiervan in mijn dagelijks werk bij het portretteren van mensen en huwelijksreportages.
Via dit blog zal ik mijn ervaringen en experimenten met jullie delen, uiteraard zijn reacties van harte welkom zodat we van elkaar kunnen leren.
In mijn volgende blog zal ik beginnen met een overzicht van apparatuur en toebehoren die handig zijn bij strobist fotografie (uiteraard op de eerste plaats een flitser en een camera).
See you next time
Eenvoudig gezegd is strobist fotografie, fotograferen met je spiegelreflex (of betere compact) en gebruik van je flitser zonder deze bovenop je camera te plaatsen, in het Engels "off-camera flash".
Veel fotografen hebben iets tegen het gebruik van de flitser in hun fotografie. Dit komt meestal voort uit het feit dat ze gewend zijn de flitser bovenop de camera te plaatsen en de camera en flitser automatisch met het prachtige TTL systeem de opname te belichten. Het resultaat, meestal een vlakke on-interessante opname.
Door de flitser van je camera te halen en goed te gaan plaatsen stijgt je fotografie naar een volgend niveau (misschien wel 10 niveau's).
Op dit moment ben ik bezig mij te verdiepen in de diverse aspecten van strobist fotografie en de toepassing hiervan in mijn dagelijks werk bij het portretteren van mensen en huwelijksreportages.
Via dit blog zal ik mijn ervaringen en experimenten met jullie delen, uiteraard zijn reacties van harte welkom zodat we van elkaar kunnen leren.
In mijn volgende blog zal ik beginnen met een overzicht van apparatuur en toebehoren die handig zijn bij strobist fotografie (uiteraard op de eerste plaats een flitser en een camera).
See you next time
maandag 5 april 2010
Een nieuwe achtergrond maken
We hebben het allemaal wel eens. je hebt een mooie foto gemaakt van een model of je kleinkind maar helaas, de achtergrond is niet wat je graag zou willen hebben. Soms heb je gewoon geen keuze. Je maakt gewoon gebruik van de achtergrond die je op dat moment ter beschikking hebt en dan maar zien wat je in de computer kunt aanpassen. In deze tutorial wil ik je laten zien hoe je op eenvoudige wijze een achtergrond kunt maken zoals je in een professionele studio aantreft Door eerst een bruikbare structuur te maken en daar een aantal filters op los te laten krijg je een achtergrond die voor weel situaties bruikbaar is. In deze tutorial laat ik je ook zien dat je de kleur van de achtergrond zeer eenvoudig kunt aanpasen aan het model.Klik hier voor de tutorial video.
Abonneren op:
Posts (Atom)



