TTL staat voor "Through The Lens" of in goed Nederlands DDL "Door De Lens". De term heeft betrekking op de lichtmeting bij flitsfotografie en wil zeggen dat de hoeveelheid flitslicht wordt gemeten door de lens van de spiegelreflex. Bij Nikon is het iTTL bij Canon eTTL.
Binnen dit artikel ga ik uit van de werking van iTTL bij Nikon.
Van belang om te weten bij iTTL van Nikon is dat het lichtmeetsysteem van de flitser volledig is losgekoppeld van het lichtmeetsysteem van je camera. Hoewel ze beiden de zelfde sensor in de camera gebruiken, werken beide systemen geheel onafhankelijk van elkaar. Bij het iTTL-BL meetsysteem van Nikon zijn beide meetsystemen wel actief gekoppeld, in dit artikel wil ik mij echter beperken tot iTTL.
Wat gebeurt er nu allemaal wanneer je een flitsopname maakt met je flitser in iTTL mode?
Laten we uitgaan van de situatie dat we binnen fotograferen, we hebben een ISO-waarde 400 ingesteld en het diafragma staat op F5.6 en de camera staat op diafragma voorkeuze (A).
Flitser op de camera:
1) De flitser geeft een preflash
2) Het flits lichtmeetsysteem meet het gereflecteerde licht in het midden van het beeld en berekent op basis van de gegevens het output vermogen voor de hoofdflits
3) Het berekende vermogen wordt nu nog eventueel gecorrigeerd met ingevoerde correctie voor het flitsvermogen (FEC), hetzij op de flitser zelf hetzij op de camera. Bij de correctie wordt meegenomen de EC (Exposure Correction) correctie op de camera, de FEC (Flash Exposure Correction) op de camera en FEC op de flitser zelf.
4) De sluiter opent, de flitser vuurt het berekende vermogen en de sluiter sluit.
De opname is gemaakt!
Naast het plaatsen van de flitser op de camera in de zogenaamde "hotshoe", kunnen we onze Nikon flitser ook los van de camera aansturen. De iTTL informatie wordt hierbij onderling gecommuniceerd via infrarood. Binnen Nikon maken we dan gebruik van het zogenaamde CLS systeem. CLS staat voor "Creative Lighting System". Je zult begrijpen dat er binnen deze wijze van communiceren een hoop extra moet gebeuren.
Binnen dit systeem heb je een commander en remote flitsers. De "commander" kan de opklapflitser zijn van je camera, maar ook bijvoorbeeld een SB-900 of een speciale infrarood commander unit van Nikon de SU-800.
De stappen bij draadloos remote flitsen via infrarood.
1) De commander vuurt een preflash af met de opdracht voor iedere remote flitser om een preflash te geven.
2) Iedere remote groep zal om de beurt een preflash afvuren. Wanneer in een groep meerdere flitsers zitten zullen deze gelijktijdig de preflash afvuren.
3) Het iTTL meetsysteem verwerkt nu de informatie van iedere groep over het gereflecteerde licht individueel en stuurt meteen naar de groep de instelling voor het vermogen. Dit is direct ook een zwak punt binnen het systeem. Er wordt namelijk geen rekening gehouden met het licht van een eventuele andere groep flitsers waarvan het licht mogelijk op dezelfde plaats binnen het onderwerp terechtkomt. Standaard wordt er door het systeem per groep wel een onderbelichting toegepast. Dit is waarschijnlijk om dit probleem te omzeilen. Ook de commander unit krijgt instellingen voor het toe te passen flitsvermogen ingeval deze uiteraard een flitser heeft.
4) De sluiter gaat open
5) De commander stuurt weer een signaal uit voor alle groepen/flitsers om te flitsen op het ingestelde vermogen. De flitsers gaan af en de sluiter gaat dicht.
Opname gemaakt.
Je zult begrijpen dat hoe meer groepen je hebt en/of hoe meer flitsers je remote gaat aansturen hoe meer tijd de preflash sequentie en de communicatie in beslag gaat nemen. Je zult hier dus rekening mee moeten houden bij het fotograferen op deze wijze van snel bewegende onderwerpen zoals sport.
Goed dit was een klein stukje over de opbouw van iTTL communicatie bij Nikon flitsers.
Bedankt voor het lezen en tot de volgende keer.
Welkom op mijn weblog over fotografie. Op dit blog wil ik mijn ervaringen en opgedane kennis als beroepsfotograaf delen met anderen. Met regelmaat zal ik hier artikelen plaatsen over verschillende onderwerpen binnen de digitale fotografie. Veel leesplezier en kom regelmatig nog eens terug of nog beter, wordt een vaste volger van mijn blog.
woensdag 13 juli 2011
maandag 11 juli 2011
Modellendag FK-Geleen
Gisteren heb ik meegedaan aan de jaarlijkse modellendag van FK-Geleen. De modellendag vond dit jaar plaats in de tuinen van Mono Verde in Landgraaf. Deze modellendag wordt jaarlijks georganiseerd door een aantal leden van deze fotoclub, waarbij ieder jaar wordt gekozen voor een andere locatie. De opkomst was erg goed, er waren dertien leden van de fotokring en 12 modellen aanwezig.
Ik heb deze dag samengewerkt met Theo van Mourik. We wilden beide gebruik maken van de diverse strobisttechnieken dus was dit eigenlijk wel een logische keuze, daarnaast zitten Theo en ik v.w.b. fotografie wel redelijk op een zelfde golflengte met toch wel ieder duidelijk een eigen insteek en benadering van het onderwerp/model.
Nu is mijn gevoel bij modellendagen nooit erg geweldig.
Ik vind het een hele klus om tijdens zo'n dag tot geweldige resultaten te komen. Vaak komen dit soort dagen neer op het maken van een aantal mooie plaatjes van mooie modellen/meisjes (hoewel ik wederom tot de conclusie ben gekomen dat mooi wel een heel relatief begrip is) op een mooie locatie.
Door de tijdsdruk kun je niet echt aan een doordacht concept werken.
Zowel fotograaf als model moeten gedurende zo'n dag topprestaties leveren. In een tijdsbestek van pakweg 1½ uur moet je 1)elkaar leren kennen, 2) een geschikte plek binnen de locatie vinden, 3) een beeld verzinnen dat je samen wilt neerzetten en 4) tot het gewenste beeld komen in het eindresultaat. En dan heb ik het nog niet over het kiezen van de juiste kleding en props.
Kortom een topprestatie op hoog niveau, waarbij de kans van slagen op voorhand al redelijk klein is. Maar toch!
Theo en ik hadden het geluk dat we als eerste binnen het restaurant van Mondo Verde al snel de keuze hadden gemaakt om daar te beginnen. Er was mooi licht aanwezig, mooie kleuren in de wanden en de galerij van pilaren vormde een mooi decor voor de achtergrond. Samen met de modellen Yolanda en Chantal hebben we getracht om binnen dit decor een gevoel van verlatenheid, desolaatheid neer te zetten. Eerst op een bankje langs de muur en in een tweede shoot aan een tafeltje in het restaurant waarbij we getracht hebben het beeld te vormen van een meisje dat al veel te lang op haar afspraak zit te wachten. Komt hij wel of komt hij niet?
Dit is een voorbeeld van de eerste shoot met model Chantal op het bankje in de galerij.
Voor de techneuten de strobistinfo. Op het model heb ik één enkele flitser (Yongnuo) geplaats in een softbos 40x40 cm zonder diffusiemateriaal. Ik heb dus gebruikt gemaakt van de reflectie in de softbox om het karakter van de flitser aan te passen. Ik heb gekozen voor één van de klassieke belichtingsstijlen namelijk "Rembrandt licht". De achtergrond heb ik 1½ stop onderbelicht.
Dit is dan ook eigenlijk mijn tip die ik wil meegeven. Wanneer je het pad opgaat van modelfotografie. Werk dan naar een moment toe waarop je niet langer meer genoegen neemt met "gewoon" maar fotograferen van leuke mooie (jonge) modellen, maar bedenk eventueel samen met je model een concept of een idee dat je wilt uitbeelden. Zoek daar de juiste locatie en props bij en ga samen werken aan het eindresultaat. Je zult zien dat dit je veel meer voldoening zal gaan geven dan gewoon het zoveelste plaatje van een knap gezicht.
OK, dat was het voor deze keer,
See you next time.
Ik heb deze dag samengewerkt met Theo van Mourik. We wilden beide gebruik maken van de diverse strobisttechnieken dus was dit eigenlijk wel een logische keuze, daarnaast zitten Theo en ik v.w.b. fotografie wel redelijk op een zelfde golflengte met toch wel ieder duidelijk een eigen insteek en benadering van het onderwerp/model.
Nu is mijn gevoel bij modellendagen nooit erg geweldig.
Ik vind het een hele klus om tijdens zo'n dag tot geweldige resultaten te komen. Vaak komen dit soort dagen neer op het maken van een aantal mooie plaatjes van mooie modellen/meisjes (hoewel ik wederom tot de conclusie ben gekomen dat mooi wel een heel relatief begrip is) op een mooie locatie.
Door de tijdsdruk kun je niet echt aan een doordacht concept werken.
Zowel fotograaf als model moeten gedurende zo'n dag topprestaties leveren. In een tijdsbestek van pakweg 1½ uur moet je 1)elkaar leren kennen, 2) een geschikte plek binnen de locatie vinden, 3) een beeld verzinnen dat je samen wilt neerzetten en 4) tot het gewenste beeld komen in het eindresultaat. En dan heb ik het nog niet over het kiezen van de juiste kleding en props.
Kortom een topprestatie op hoog niveau, waarbij de kans van slagen op voorhand al redelijk klein is. Maar toch!
Theo en ik hadden het geluk dat we als eerste binnen het restaurant van Mondo Verde al snel de keuze hadden gemaakt om daar te beginnen. Er was mooi licht aanwezig, mooie kleuren in de wanden en de galerij van pilaren vormde een mooi decor voor de achtergrond. Samen met de modellen Yolanda en Chantal hebben we getracht om binnen dit decor een gevoel van verlatenheid, desolaatheid neer te zetten. Eerst op een bankje langs de muur en in een tweede shoot aan een tafeltje in het restaurant waarbij we getracht hebben het beeld te vormen van een meisje dat al veel te lang op haar afspraak zit te wachten. Komt hij wel of komt hij niet?
Dit is een voorbeeld van de eerste shoot met model Chantal op het bankje in de galerij.
Voor de techneuten de strobistinfo. Op het model heb ik één enkele flitser (Yongnuo) geplaats in een softbos 40x40 cm zonder diffusiemateriaal. Ik heb dus gebruikt gemaakt van de reflectie in de softbox om het karakter van de flitser aan te passen. Ik heb gekozen voor één van de klassieke belichtingsstijlen namelijk "Rembrandt licht". De achtergrond heb ik 1½ stop onderbelicht.
Dit is dan ook eigenlijk mijn tip die ik wil meegeven. Wanneer je het pad opgaat van modelfotografie. Werk dan naar een moment toe waarop je niet langer meer genoegen neemt met "gewoon" maar fotograferen van leuke mooie (jonge) modellen, maar bedenk eventueel samen met je model een concept of een idee dat je wilt uitbeelden. Zoek daar de juiste locatie en props bij en ga samen werken aan het eindresultaat. Je zult zien dat dit je veel meer voldoening zal gaan geven dan gewoon het zoveelste plaatje van een knap gezicht.
OK, dat was het voor deze keer,
See you next time.
woensdag 6 juli 2011
Compositieregel - De Diagonaal Methode
Binnen de fotografie zijn er een aantal regels met betrekking tot compositie die we regelmatig horen. Zo hebben we allemaal wel eens gehoord van de "Regel van Derden", "De Gulden Snede", "Invoerende Diagonalen" et cetera.
Een compositie regel die bij velen niet zo bekend is, maar toch van groot belang kan zijn is "De Diagonaal Methode", niet te verwarren met de regel van Invoerende Diagonalen.
De Diagonaal Methode is ontdekt door Edwin Westhoff. Op zijn website www.diagonaalmethode.nl kun je zeer uitgebreid lezen hoe hij tijdens zijn onderzoek deze compositie methode heeft ontdekt. Ook zijn er talloze voorbeelden te zien binnen de reclamewereld, fotografie maar ook bijvoorbeeld de schilderkunst waar deze compositie methode bewust of onbewust is toegepast.
De technische kant van deze methode is vrij simpel uit te leggen: vanuit elke hoek van een rechthoekig of vierkant tweedimensionaal werkstuk (zoals een foto of een schilderij) kunnen we de bissectrice of deellijn tekenen. Dit is de lijn die de hoek van 90 graden verdeelt in twee gelijke delen van 45 graden. Deze lijnen zijn tegelijkertijd de meetkundige diagonalen (vandaar de naam "Diagonaal Methode") van de twee vierkanten die elkaar overlappen in een rechthoek.
Uit het onderzoek bleek dat kunstenaars en fotografen details die zij belangrijk vonden/vinden, zoals ogen, op deze Diagonalen plaatsten, met een afwijking van max. 1 á 1,5 mm op A4 formaat.
Kunstenaars, maar ook bekijkers van kunstwerken, volgen blijkbaar deze bissectrices of Diagonalen, zodat details op deze posities, onmiddellijk opvallen.
Bij de Diagonaal Methode gaat het dus om het plaatsen op de lijnen van details, die om wat voor reden dan ook belangrijk zijn in een opname. Deze methode is dus ook een subjectieve methode.
De Diagonaal Methode is goed toepasbaar binnen de fotografie aangezien het kleinbeeld formaat een verhouding heeft van 2:3. Binnen deze rechthoek kun je twee vierkanten tekenen die elkaar overlappen (zie bovenstaande figuur).
Edwin ontdekte dat kunstenaars zoals Rembrandt en beroemde fotografen, maar ook amateurfotografen, vaak details op de diagonalen plaatsten van deze overlappende vierkanten.
Elke positie op de Diagonalen is mogelijk om details op te plaatsen. In deze figuur zien we dergelijke mogelijke posities, aangegeven door de kleine cirkels op de Diagonalen.
De Diagonaal Methode begint langzaam maar zeker een steeds belangrijkere rol in te nemen bij de compositie van een beeld binnen de fotografie. Inmiddels is in Lightroom standaard een overlay bij het "croptool" ingebouwd om bij het maken van een uitsnede van een opname rekening te kunnen houden met deze Diagonaal Methode.
Wil je meer weten over de Diagonaal Methode bezoek dan zeker de website van Edwin Westhoff, hier vindt je uitgebreide informatie en voorbeelden.
www.dediagonaalmethode.nl
Bekijk je foto's nog eens kritisch met de Diagonaal Methode in je achterhoofd (of gebruik de overlay in Lightroom). Misschien pas je deze methode al onbewust toe, of misschien zie je dan mogelijkheden om door deze methode je foto's nog krachtiger te maken.
OK, dat was het weer voor deze keer.
See you next time.
Een compositie regel die bij velen niet zo bekend is, maar toch van groot belang kan zijn is "De Diagonaal Methode", niet te verwarren met de regel van Invoerende Diagonalen.
De Diagonaal Methode is ontdekt door Edwin Westhoff. Op zijn website www.diagonaalmethode.nl kun je zeer uitgebreid lezen hoe hij tijdens zijn onderzoek deze compositie methode heeft ontdekt. Ook zijn er talloze voorbeelden te zien binnen de reclamewereld, fotografie maar ook bijvoorbeeld de schilderkunst waar deze compositie methode bewust of onbewust is toegepast.
De technische kant van deze methode is vrij simpel uit te leggen: vanuit elke hoek van een rechthoekig of vierkant tweedimensionaal werkstuk (zoals een foto of een schilderij) kunnen we de bissectrice of deellijn tekenen. Dit is de lijn die de hoek van 90 graden verdeelt in twee gelijke delen van 45 graden. Deze lijnen zijn tegelijkertijd de meetkundige diagonalen (vandaar de naam "Diagonaal Methode") van de twee vierkanten die elkaar overlappen in een rechthoek.
Uit het onderzoek bleek dat kunstenaars en fotografen details die zij belangrijk vonden/vinden, zoals ogen, op deze Diagonalen plaatsten, met een afwijking van max. 1 á 1,5 mm op A4 formaat.
Kunstenaars, maar ook bekijkers van kunstwerken, volgen blijkbaar deze bissectrices of Diagonalen, zodat details op deze posities, onmiddellijk opvallen.
Bij de Diagonaal Methode gaat het dus om het plaatsen op de lijnen van details, die om wat voor reden dan ook belangrijk zijn in een opname. Deze methode is dus ook een subjectieve methode.
De Diagonaal Methode is goed toepasbaar binnen de fotografie aangezien het kleinbeeld formaat een verhouding heeft van 2:3. Binnen deze rechthoek kun je twee vierkanten tekenen die elkaar overlappen (zie bovenstaande figuur).
Edwin ontdekte dat kunstenaars zoals Rembrandt en beroemde fotografen, maar ook amateurfotografen, vaak details op de diagonalen plaatsten van deze overlappende vierkanten.
Elke positie op de Diagonalen is mogelijk om details op te plaatsen. In deze figuur zien we dergelijke mogelijke posities, aangegeven door de kleine cirkels op de Diagonalen.
De Diagonaal Methode begint langzaam maar zeker een steeds belangrijkere rol in te nemen bij de compositie van een beeld binnen de fotografie. Inmiddels is in Lightroom standaard een overlay bij het "croptool" ingebouwd om bij het maken van een uitsnede van een opname rekening te kunnen houden met deze Diagonaal Methode.
Wil je meer weten over de Diagonaal Methode bezoek dan zeker de website van Edwin Westhoff, hier vindt je uitgebreide informatie en voorbeelden.
www.dediagonaalmethode.nl
Bekijk je foto's nog eens kritisch met de Diagonaal Methode in je achterhoofd (of gebruik de overlay in Lightroom). Misschien pas je deze methode al onbewust toe, of misschien zie je dan mogelijkheden om door deze methode je foto's nog krachtiger te maken.
OK, dat was het weer voor deze keer.
See you next time.
zondag 3 juli 2011
Het Dynamisch Bereik
Wanneer je begint met fotografie zul je al heel snel ervaren dat het eindresultaat, de foto op je beeldscherm of de afdruk, er heel anders uitziet dan zoals jij de situatie hebt gezien toen je de foto maakte. Bij een opname van je vriendin met tegenlicht heb je plotseling een silhouet terwijl jij toch echt wel details zag. Het zonovergoten landschap met een mooie lucht verandert in een landschap met een witte bovenkant. Kortom, als fotograaf registreer je de omgeving waarin je bent heel anders dan de chip van je "dure" nieuwe camera.
Hiervoor zijn twee oorzaken te noemen
- De eerste reden is het feit dat je camera zijn uiterste best zal doen om de ideale belichting voor de scene te berekenen. Er wordt gekozen voor de combinatie van diafragma en sluitertijd (met een bepaalde ISO waarde als uitganspunt) voor de gegeven situatie. Het probleem hierbij is dat alle intelligentie die in je camera zit, ontwikkeld is met als uitgangspunt een gemiddelde situatie. Je vriendin met tegenlicht of het landschap met een felle lucht is echter geen gemiddelde situatie.
- De tweede reden voor het feit dat je foto er niet zo uiziet als je had verwacht is het feit dat jij als persoon de omgeving geheel anders waarneemt dan je camera. Daar waar jij een mooi landschap ziet met een enigszins bewolkte maar wel lichte lucht, ziet je camera een mooie lucht met een te donker landschap of een mooi landschap met een uitgevreten lucht.
De belichting corrigeren biedt hier geen oplossing aangezien dat altijd ten koste gaat van een ander deel van de opname.
Het probleem is hier dat het Dynamisch Bereik groter is dan het bereik dat de camera kan registreren. Eenvoudig gezegd is het dynamisch bereik de verhoudng tussen de donkerste en de lichtste tonen in de opname. Deze verhouding wordt uitgedrukt in EV (Exposure Value). Deze EV verwijst naar combinaties van diafragma en sluitertijd bij een gegeven ISO-waarde die een zelfde belichting opleveren. Andere termen die hierbij gebruikt worden zijn f-stop en contrastverhouding.
De ontwikkeling van digitale camera's heeft de laatste jaren gigantische sprongen gemaakt. Ook op het gebied van het dynamisch bereik is er een zeer grote verbetering bereikt. Echter vergeleken met de mogelijkheden van het menselijk oog is er nog een lange weg te gaan, maar er is hoop aangezien dit bovenaan de lijst staat van de ontwikkelaars van alle grote merken.
Wanneer wj als mens een scene waarnemen zien we deze met een dynamisch bereik van 10 tot 14 EV. Houden we dan ook nog rekening met het feit dat het menselijk oog instaat is zich aan verschillende helderheidsniveaus aan te passen, hebben we al snel een bereik van 24 EV. Digitale camera's daarentegen hebben een bereik, afhankelijk van merk/model, van 5 tot 9 EV (f-stops). Wanneer onze scene dus 9 of meer EV omvat is er geen enkele mogelijkheid om deze met onze camera zondermeer te registreren. We zullen moeten uitwijken naar alternatieven. Wil je de opname toch maken zonder een alternatief te overwegen zul je moeten kiezen voor een belichting op basis van de schaduwen of voor een belichting op basis van de hoge lichten. De ene gaat altijd ten koste van de ander.
Welke alternatieven hebben we ter beschikking?
Op de eerste plaats kunnen we kiezen om te wachten. Te wachten totdat de lichtomstamdigheden zijn gewijzigd zodat het dynamisch bereik binnen het bereik van de camera valt. Je kunt wachten of een andere keer terugkomen. Helaas is dit soms geen optie. Ingeval van het mooie landschap betekend dit wachten tot de verhouding van landschap (voorgrond) en lucht binnen het dynamisch bereik van je camera valt.
Een andere optie die je hebt is het gebruik van een zogenaamd Neutral Density (ND) filter met een verloop. Dit filter heeft een verloop van donker naar transparant zodat je delen van de scene donkerder kunt maken. Deze filters (o.a.Cokin) kunnen een scene met een waarde van 1-3 EV donkerder maken. Veelal worden ze toegepast bij landschapsfotografie aangezien hierbij vaak de lucht helderder is dan de voorgrond. Uiteraard zijn ze ook in andere vormen van fotografie toepasbaar, denk aan een model in het park met een heldere lucht. Het nadeel van het gebruik van dit flter is dat het verloop en de scheidng licht/donker vast ligt. Daarom is de toepassing bij landschapsfotografie voor de hand liggend aangezien de scheiding lucht/voorgrond ook redelijk strak vast ligt.
Als laatste alternatief kun je gebruik maken van HDR (High Dynamic Range) fotografie. HDR is een samenspel van opnametechniek en postprocessing met als resultaat een goede opname van een scene met een hoog dynamisch bereik. In het kort bestaat deze techniek uit het maken van een aantal opnames van de scene met verschillende belichtingen zodat het gehele dynamisch bereik van de scene correct wordt vastgelegd. In postprocessing met bijvoorbeeld Photoshop en/of Photomatrix worden deze verschillende opnamen samengevoegd tot een boeiende opname met daarin het gehele dynamisch bereik.
In een volgende blog zal ik verder ingaan op deze boeiende HDR techniek en de bijbehorende tools zoals Photomatrix.
Dit was het voor deze keer.
See you next time.
Hiervoor zijn twee oorzaken te noemen
- De eerste reden is het feit dat je camera zijn uiterste best zal doen om de ideale belichting voor de scene te berekenen. Er wordt gekozen voor de combinatie van diafragma en sluitertijd (met een bepaalde ISO waarde als uitganspunt) voor de gegeven situatie. Het probleem hierbij is dat alle intelligentie die in je camera zit, ontwikkeld is met als uitgangspunt een gemiddelde situatie. Je vriendin met tegenlicht of het landschap met een felle lucht is echter geen gemiddelde situatie.
- De tweede reden voor het feit dat je foto er niet zo uiziet als je had verwacht is het feit dat jij als persoon de omgeving geheel anders waarneemt dan je camera. Daar waar jij een mooi landschap ziet met een enigszins bewolkte maar wel lichte lucht, ziet je camera een mooie lucht met een te donker landschap of een mooi landschap met een uitgevreten lucht.
De belichting corrigeren biedt hier geen oplossing aangezien dat altijd ten koste gaat van een ander deel van de opname.
Het probleem is hier dat het Dynamisch Bereik groter is dan het bereik dat de camera kan registreren. Eenvoudig gezegd is het dynamisch bereik de verhoudng tussen de donkerste en de lichtste tonen in de opname. Deze verhouding wordt uitgedrukt in EV (Exposure Value). Deze EV verwijst naar combinaties van diafragma en sluitertijd bij een gegeven ISO-waarde die een zelfde belichting opleveren. Andere termen die hierbij gebruikt worden zijn f-stop en contrastverhouding.
De ontwikkeling van digitale camera's heeft de laatste jaren gigantische sprongen gemaakt. Ook op het gebied van het dynamisch bereik is er een zeer grote verbetering bereikt. Echter vergeleken met de mogelijkheden van het menselijk oog is er nog een lange weg te gaan, maar er is hoop aangezien dit bovenaan de lijst staat van de ontwikkelaars van alle grote merken.
Wanneer wj als mens een scene waarnemen zien we deze met een dynamisch bereik van 10 tot 14 EV. Houden we dan ook nog rekening met het feit dat het menselijk oog instaat is zich aan verschillende helderheidsniveaus aan te passen, hebben we al snel een bereik van 24 EV. Digitale camera's daarentegen hebben een bereik, afhankelijk van merk/model, van 5 tot 9 EV (f-stops). Wanneer onze scene dus 9 of meer EV omvat is er geen enkele mogelijkheid om deze met onze camera zondermeer te registreren. We zullen moeten uitwijken naar alternatieven. Wil je de opname toch maken zonder een alternatief te overwegen zul je moeten kiezen voor een belichting op basis van de schaduwen of voor een belichting op basis van de hoge lichten. De ene gaat altijd ten koste van de ander.
Welke alternatieven hebben we ter beschikking?
Op de eerste plaats kunnen we kiezen om te wachten. Te wachten totdat de lichtomstamdigheden zijn gewijzigd zodat het dynamisch bereik binnen het bereik van de camera valt. Je kunt wachten of een andere keer terugkomen. Helaas is dit soms geen optie. Ingeval van het mooie landschap betekend dit wachten tot de verhouding van landschap (voorgrond) en lucht binnen het dynamisch bereik van je camera valt.
Een andere optie die je hebt is het gebruik van een zogenaamd Neutral Density (ND) filter met een verloop. Dit filter heeft een verloop van donker naar transparant zodat je delen van de scene donkerder kunt maken. Deze filters (o.a.Cokin) kunnen een scene met een waarde van 1-3 EV donkerder maken. Veelal worden ze toegepast bij landschapsfotografie aangezien hierbij vaak de lucht helderder is dan de voorgrond. Uiteraard zijn ze ook in andere vormen van fotografie toepasbaar, denk aan een model in het park met een heldere lucht. Het nadeel van het gebruik van dit flter is dat het verloop en de scheidng licht/donker vast ligt. Daarom is de toepassing bij landschapsfotografie voor de hand liggend aangezien de scheiding lucht/voorgrond ook redelijk strak vast ligt.
Als laatste alternatief kun je gebruik maken van HDR (High Dynamic Range) fotografie. HDR is een samenspel van opnametechniek en postprocessing met als resultaat een goede opname van een scene met een hoog dynamisch bereik. In het kort bestaat deze techniek uit het maken van een aantal opnames van de scene met verschillende belichtingen zodat het gehele dynamisch bereik van de scene correct wordt vastgelegd. In postprocessing met bijvoorbeeld Photoshop en/of Photomatrix worden deze verschillende opnamen samengevoegd tot een boeiende opname met daarin het gehele dynamisch bereik.
In een volgende blog zal ik verder ingaan op deze boeiende HDR techniek en de bijbehorende tools zoals Photomatrix.
Dit was het voor deze keer.
See you next time.
Labels:
algemeen,
fotografie,
HDR,
opnametechniek,
techniek
vrijdag 24 juni 2011
Bevestig je onderwerp.
Ongetwijfeld heb je ook wel eens bij een foto het gevoel gehad dat het onderwerp lijkt te zweven. Je mist iets in de opname dat het onderwerp verbindt met zijn omgeving.
Waarschijnlijk ben je vergeten om het onderwerp te verankeren met de omgeving. Verankeren, bevestigen, plaatsen, verbinden et cetera. Allemaal woorden die beschrijven dat er een verbinding bestaat tussen het onderwerp en zijn/haar omgeving.
Kortom er is geen connectie tussen het onderwerp en zijn/haar ledematen of bij een voorwerp ontbreekt de verbinding met de structuur waarop het voorwerp rust.
Dit is ook de rede waarom je wel eens hoort dat je een persoon nooit mag afkaderen (afsnijden) bij de enkels of in het geval van armen bij de pols. Wanneer je de grond ziet waarop de persoon staat heeft je onderwerp een basis om op te rusten.
Geef voorwerpen een plaats waarop ze staan.
Wanneer je een voorwerp fotografeert dat op een tafel staat, zoals een koffiekop, een fles bier of een servies zoals in dit voorbeeld, zorg er dan altijd voor dat je kunt zien waar het voorwerp de tafel raakt. Op een oppervlak met een structuur is dit meestal geen probleem. Wanneer je echter fotografeert op een strakke witte ondergrond bereik je dat meestal door een beetje schaduw van het onderwerp op de ondergrond. Zie als voorbeeld de foto's van het Oosters servies.
Zonder deze schaduw lijkt het servies te zweven in de lucht. Uitzondering hierop is wanneer er door de opdrachtgever expleciet gevraagt word dat het onderwerp geheel vrijstaand op een witte achtergrond moet worden gefotografeerd. Bij een opdracht is het van belang om duidelijk af te spreken of er wel of geen schaduw moet zijn aangezien hierover nogal eens een spraakverwarring bestaat.
De ledematen van je model
Ook bij modelfotografie heb je soms het gevoel dat er iets niet klopt. Vaak is er dan een uitsnede gemaakt waarbij het model wordt aangesneden op de scheenbenen of bij de enkels. Als fotograaf ben je dus vergeten om je model een "poot te geven om op te staan". Bij een afbeelding van een model wil ons onderbewustzijn vanaf een bepaald punt op de benen dat er een complete persoon staat. Onbewust zeggen je hersenen dat er meer moet zijn dan dat zichtbaar is en wordt het beeld als incompleet afgedaan. Dit punt ligt ergens rond kniehoogte.
Deze zelfde regel gaat ook op voor wat betreft de armen van je model. Wanneer je armen aansnijdt op 3/4 lengte of bij de pols zullen deze als incompleet worden beschouwd. Probeer dat dus ook te vermijden in je uiteindelijke compositie.
Probeer ledematen zoveel mogelijk als geheel af te beelden. Moeten ze toch worden aangesneden zorg dan voor een correcte plek om deze aan te snijden.
Let op de kerktoren
Ook bij voorwerpen en gebouwen gelden deze principes. Hoevaak zie je niet een foto van een bekend gebouw (bijvoorbeeld de Eifeltoren) of van een kerktoren waar het topje net niet opstaat. ook dan zullen je hersenen reageren met een afwijzing van het beeld.
Wees ook hierbij voorzichtig wanneer je besluit om de top van een gebouw, of de grond waarop het gebouw staat niet mee te nemen in je opname.
Ook bij gebouwen en voorwerpen kun je de 3/4 regel toepassen.
Wanneer je gebouw (of woorwerp) voor 3/4 of meer in beeld is, plaats het dan helemaal in beeld. Bij 3/4 of meer verwacht je onderbewustzijn namelijk een compleet beeld.
Goed, dat was de tip voor deze keer. Houdt deze informatie in je achterhoofd en gebruik de 3/4 regel bij het aansnijden van je onderwerp.
Ik hoop dat deze tip je weer kan helpen bij je fotografie, tot de volgende keer.
Waarschijnlijk ben je vergeten om het onderwerp te verankeren met de omgeving. Verankeren, bevestigen, plaatsen, verbinden et cetera. Allemaal woorden die beschrijven dat er een verbinding bestaat tussen het onderwerp en zijn/haar omgeving.
Kortom er is geen connectie tussen het onderwerp en zijn/haar ledematen of bij een voorwerp ontbreekt de verbinding met de structuur waarop het voorwerp rust.
Dit is ook de rede waarom je wel eens hoort dat je een persoon nooit mag afkaderen (afsnijden) bij de enkels of in het geval van armen bij de pols. Wanneer je de grond ziet waarop de persoon staat heeft je onderwerp een basis om op te rusten.
Geef voorwerpen een plaats waarop ze staan.
Wanneer je een voorwerp fotografeert dat op een tafel staat, zoals een koffiekop, een fles bier of een servies zoals in dit voorbeeld, zorg er dan altijd voor dat je kunt zien waar het voorwerp de tafel raakt. Op een oppervlak met een structuur is dit meestal geen probleem. Wanneer je echter fotografeert op een strakke witte ondergrond bereik je dat meestal door een beetje schaduw van het onderwerp op de ondergrond. Zie als voorbeeld de foto's van het Oosters servies.
Zonder deze schaduw lijkt het servies te zweven in de lucht. Uitzondering hierop is wanneer er door de opdrachtgever expleciet gevraagt word dat het onderwerp geheel vrijstaand op een witte achtergrond moet worden gefotografeerd. Bij een opdracht is het van belang om duidelijk af te spreken of er wel of geen schaduw moet zijn aangezien hierover nogal eens een spraakverwarring bestaat.
De ledematen van je model
Ook bij modelfotografie heb je soms het gevoel dat er iets niet klopt. Vaak is er dan een uitsnede gemaakt waarbij het model wordt aangesneden op de scheenbenen of bij de enkels. Als fotograaf ben je dus vergeten om je model een "poot te geven om op te staan". Bij een afbeelding van een model wil ons onderbewustzijn vanaf een bepaald punt op de benen dat er een complete persoon staat. Onbewust zeggen je hersenen dat er meer moet zijn dan dat zichtbaar is en wordt het beeld als incompleet afgedaan. Dit punt ligt ergens rond kniehoogte.
Deze zelfde regel gaat ook op voor wat betreft de armen van je model. Wanneer je armen aansnijdt op 3/4 lengte of bij de pols zullen deze als incompleet worden beschouwd. Probeer dat dus ook te vermijden in je uiteindelijke compositie.
Probeer ledematen zoveel mogelijk als geheel af te beelden. Moeten ze toch worden aangesneden zorg dan voor een correcte plek om deze aan te snijden.
Let op de kerktoren
Ook bij voorwerpen en gebouwen gelden deze principes. Hoevaak zie je niet een foto van een bekend gebouw (bijvoorbeeld de Eifeltoren) of van een kerktoren waar het topje net niet opstaat. ook dan zullen je hersenen reageren met een afwijzing van het beeld.
Wees ook hierbij voorzichtig wanneer je besluit om de top van een gebouw, of de grond waarop het gebouw staat niet mee te nemen in je opname.
Ook bij gebouwen en voorwerpen kun je de 3/4 regel toepassen.
Wanneer je gebouw (of woorwerp) voor 3/4 of meer in beeld is, plaats het dan helemaal in beeld. Bij 3/4 of meer verwacht je onderbewustzijn namelijk een compleet beeld.
Goed, dat was de tip voor deze keer. Houdt deze informatie in je achterhoofd en gebruik de 3/4 regel bij het aansnijden van je onderwerp.
Ik hoop dat deze tip je weer kan helpen bij je fotografie, tot de volgende keer.
Abonneren op:
Posts (Atom)






